Handgeschreven zakelijke brief.
Origineel
Handgeschreven zakelijke brief. 13 december 1941 (datum bovenaan) / 11 december 1941 (aantekening in de kantlijn). Jos. Löwenstein, Lange Tuinstraat 104, Zaandam. [Bovenaan de pagina:]
№ 103/42/1 M. 1941 15/12
Zaandam, 13.12. '41
Lange Tuinstraat 104
Marktwezen
Amsterdam [onderstreept]
[In de linker marge:]
11-12-41
[Hoofdtekst:]
Weledele Heeren,
Die aan mij verleende vaste plaats,
markt Gaaspstraat kan ik niet verder in
gebruik nemen, omdat ik geen Handelsgoed in
bezit heb dewijl niet verkrijgbaar is.
Dat verschuldigde Marktgeld zal ik per Postwissel
aan U doen overmaken.
Ik voel mij verplicht U mijn dank uit te spreken
voor tot nu toe bewezen genegenheid.
Met Hoogachting
Jos. Löwenstein [handtekening] De brief is een formele afzegging van een standplaats op de markt aan de Gaaspstraat in Amsterdam. De afzender, Jos. Löwenstein, geeft als reden aan dat hij geen handelswaar meer in bezit heeft omdat goederen niet langer verkrijgbaar zijn ("dewijl niet verkrijgbaar is").
De toon van de brief is opvallend hoffelijk en formeel, met de nadruk op het netjes afwikkelen van openstaande schulden (het marktgeld) en een expliciete dankbetuiging aan de ambtenaren van het Marktwezen voor de "bewezen genegenheid". Administratieve kenmerken bovenaan de brief tonen aan dat het document door de gemeente is gearchiveerd en verwerkt in december 1941. Dit document moet gezien worden tegen de achtergrond van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog:
- Schaarste: Eind 1941 was de Nederlandse economie zwaar getroffen door de oorlog. Grondstoffen en consumptiegoederen waren op de bon of simpelweg niet meer te krijgen voor kleine handelaren, wat de opgave van de marktplaats verklaart.
- Anti-Joodse maatregelen: De naam 'Löwenstein' is van Joodse oorsprong. In de loop van 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig uit de reguliere handel gedrongen. Vanaf september 1941 mochten Joden alleen nog op speciale 'Joodse markten' staan. De Gaaspstraat lag in de Rivierenbuurt, een wijk met destijds veel Joodse inwoners. Hoewel Löwenstein "gebrek aan goederen" als reden opgeeft, kan de bredere context van uitsluiting en discriminatie een cruciale rol hebben gespeeld bij het beëindigen van zijn nering.
- Administratie: De brief toont hoe de bureaucratie van het Amsterdamse Marktwezen tijdens de bezetting bleef doordraaien, waarbij standplaatsen nauwgezet werden geregistreerd en afgerekend. Marktwezen