Administratief bijblad/memo met ambtelijke notities en stempels.
Origineel
Administratief bijblad/memo met ambtelijke notities en stempels. [Gedrukt kader linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 103/41/1 13/12-'41
DOORGEZONDEN:
[Handgeschreven tekst centraal:]
Zie 103/20/2 M.41 20/11 :
"Kan K.K.K. Gaaspstraat
" krijgen, mits ariërverklaring
" wordt ingeleverd?"
m.i. thans als afgedaan
beschouwen
[Signatuur, mogelijk: Smit] 16/12 '41
[Stempel in paars/blauw:]
GEZIEN
DE INSPECTEUR,
[Signatuur: de Raad]
Marktambtenaar
Contrôleur
~~om advies / om rapport /~~ ter kennisneming.
[Aantekeningen onderaan:]
Gezien [Signatuur] 16/12 '41
kop bericht van afvoering van sollic. lijst
[Aantekeningen rechtsonder:]
opbergen
[Initialen] 7/1/'42
opb [Initialen] Dit document is een administratieve afhandeling van een verzoek of vraag uit november 1941. De centrale vraag luidt of iemand (aangeduid met de afkorting K.K.K.) een plek of vergunning in de Gaaspstraat kan krijgen, onder de voorwaarde dat er een ariërverklaring wordt ingeleverd.
De ariërverklaring was een beruchte maatregel van de Duitse bezetter, waarbij ambtenaren en personen in bepaalde beroepsgroepen moesten verklaren dat zij geen Joodse voorouders hadden. Het document laat zien dat deze racistische uitsluiting een integraal onderdeel was geworden van de dagelijkse ambtelijke procedure.
De notitie van 16 december stelt voor de zaak als "afgedaan" te beschouwen. De latere aantekening "kop bericht van afvoering van sollic. lijst" (sollicitatie-lijst) suggereert dat de betreffende persoon van de lijst met gegadigden is geschrapt. Dit kan betekenen dat de verklaring niet werd ingediend, of dat de positie inmiddels aan iemand anders was vergeven. De Gaaspstraat in de Amsterdamse Rivierenbuurt was een locatie waar in de oorlogsjaren een markt was (of marktplaatsen waren). In 1941 werden Joodse marktkooplieden door de bezetter stelselmatig van de markten verdreven. Hun plaatsen werden vaak ingenomen door niet-Joodse sollicitanten.
De stempel van de Marktambtenaar en de handtekening van de Inspecteur (de heer De Raad) bevestigen dat dit een officieel proces was binnen de gemeentelijke hiërarchie van de Dienst der Markten. Het document vormt een tastbaar bewijs van hoe de bureaucratie meewerkte aan de uitvoering van de anti-Joodse maatregelen tijdens de Tweede Wereldoorlog. K.K.K. Gaaspstraat M. No