Archiefdocument
Origineel
30 december 1941. A'dam 30 Dec
1941
Weled Heer
Daar ik momenteel
onder dokters be-
handeling ben
en hier door een
bewys heb dat ik
eenige tyd niet
op de markt kan
staan zoo ik gaarne
in aanmerking
komen voor een
voorkeurs kaart
voor de Gaaspstr
markt, Daar ik
een vaste plaats heb
welke mij nu te duur
komt, Mijn oude
schuld zal ik echter [document loopt af] De schrijver van de brief verzoekt om een "voorkeurskaart" voor de markt in de Gaaspstraat te Amsterdam. De reden voor dit verzoek is dat de afzender momenteel door ziekte ("onder doktersbehandeling") niet in staat is om op de markt te staan. Er wordt verwezen naar een medisch bewijs.
De brief legt een schrijnende financiële situatie bloot: de afzender heeft een vaste staanplaats, maar de kosten daarvan zijn door de afwezigheid te hoog geworden ("welke mij nu te duur komt"). Bovendien wordt er melding gemaakt van een "oude schuld" die nog moet worden ingelost. De toon is formeel en beleefd, maar de inhoud getuigt van grote onzekerheid en economische druk. De historische context van dit document is zeer specifiek. De datum, december 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde Gaaspstraatmarkt in de Amsterdamse Rivierenbuurt was vanaf november 1941 een van de drie zogenaamde 'Jodenmarkten'. De bezetter had bepaald dat Joodse kooplieden en klanten enkel nog op aangewezen markten welkom waren om hen zo verder te isoleren van de rest van de maatschappij.
Het is zeer aannemelijk dat de schrijver een Joodse Amsterdammer is die probeert zijn marktvergunning of rechten te behouden in een tijd waarin de leefomstandigheden voor de Joodse bevolking doorlopend verslechterden. Het document biedt een unieke inkijk in de bureaucratische rompslomp en de dagelijkse overlevingsstrijd van individuen onder de bezetting.
Samenvatting
De schrijver van de brief verzoekt om een "voorkeurskaart" voor de markt in de Gaaspstraat te Amsterdam. De reden voor dit verzoek is dat de afzender momenteel door ziekte ("onder doktersbehandeling") niet in staat is om op de markt te staan. Er wordt verwezen naar een medisch bewijs.
De brief legt een schrijnende financiële situatie bloot: de afzender heeft een vaste staanplaats, maar de kosten daarvan zijn door de afwezigheid te hoog geworden ("welke mij nu te duur komt"). Bovendien wordt er melding gemaakt van een "oude schuld" die nog moet worden ingelost. De toon is formeel en beleefd, maar de inhoud getuigt van grote onzekerheid en economische druk.
Historische Context
De historische context van dit document is zeer specifiek. De datum, december 1941, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde Gaaspstraatmarkt in de Amsterdamse Rivierenbuurt was vanaf november 1941 een van de drie zogenaamde 'Jodenmarkten'. De bezetter had bepaald dat Joodse kooplieden en klanten enkel nog op aangewezen markten welkom waren om hen zo verder te isoleren van de rest van de maatschappij.
Het is zeer aannemelijk dat de schrijver een Joodse Amsterdammer is die probeert zijn marktvergunning of rechten te behouden in een tijd waarin de leefomstandigheden voor de Joodse bevolking doorlopend verslechterden. Het document biedt een unieke inkijk in de bureaucratische rompslomp en de dagelijkse overlevingsstrijd van individuen onder de bezetting.