Slot van een handgeschreven brief of verzoekschrift.
Origineel
Slot van een handgeschreven brief of verzoekschrift. Vermoedelijk december 1941 (gebaseerd op de handgeschreven datum 31/12 en het stempel M. 10 41). M. Speyer. voldoen, Gaarne
een gunstig
antwoord tege-
moetziende
verblyf ik
Hoogachtend
M. Speyer
1e Jan Steenstr
103 II
A'dam (Z)
[Rechtsonder, schuin geschreven:] 31/12
[Stempel linksonder:] № 103/47/1
[Stempel rechtsonder:] M. 10 41 Het document betreft het laatste deel van een formele correspondentie. De schrijver, M. Speyer, gebruikt de standaard afsluiting voor een verzoekschrift uit die tijd: men spreekt de hoop uit op een "gunstig antwoord" en sluit af met "verblyf ik Hoogachtend" (een destijds gangbare archaïsche vorm voor 'verblijf ik met de meeste hoogachting').
De administratieve stempels onderaan duiden erop dat dit document is opgenomen in een officieel archiefsysteem. Het stempel "M. 10 41" verwijst zeer waarschijnlijk naar de maand oktober in het jaar 1941. De handgeschreven aantekening "31/12" kan de datum van ontvangst of de uiteindelijke afhandeling van het dossier zijn. Het nummer "103/47/1" fungeert als registratie- of dossiernummer. Gezien de datum (eind 1941), de locatie (Amsterdam-Zuid) en de achternaam (Speyer, een veelvoorkomende Joodse naam), moet dit document geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden Joodse burgers onderworpen aan een stroom van beperkende maatregelen en bureaucratische procedures.
Dergelijke korte brieven of slotformuleringen zijn vaak terug te vinden in de archieven van de Joodsche Raad of de bezettingsautoriteiten. Het kan hier gaan om een verzoek om een vergunning, een vrijstelling (Sperre), of een reactie op een van de vele verordeningen die destijds het dagelijks leven van Joodse Amsterdammers beheersten. De 1e Jan Steenstraat ligt in de wijk De Pijp, een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende. M. Speyer
Samenvatting
Het document betreft het laatste deel van een formele correspondentie. De schrijver, M. Speyer, gebruikt de standaard afsluiting voor een verzoekschrift uit die tijd: men spreekt de hoop uit op een "gunstig antwoord" en sluit af met "verblyf ik Hoogachtend" (een destijds gangbare archaïsche vorm voor 'verblijf ik met de meeste hoogachting').
De administratieve stempels onderaan duiden erop dat dit document is opgenomen in een officieel archiefsysteem. Het stempel "M. 10 41" verwijst zeer waarschijnlijk naar de maand oktober in het jaar 1941. De handgeschreven aantekening "31/12" kan de datum van ontvangst of de uiteindelijke afhandeling van het dossier zijn. Het nummer "103/47/1" fungeert als registratie- of dossiernummer.
Historische Context
Gezien de datum (eind 1941), de locatie (Amsterdam-Zuid) en de achternaam (Speyer, een veelvoorkomende Joodse naam), moet dit document geplaatst worden in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden Joodse burgers onderworpen aan een stroom van beperkende maatregelen en bureaucratische procedures.
Dergelijke korte brieven of slotformuleringen zijn vaak terug te vinden in de archieven van de Joodsche Raad of de bezettingsautoriteiten. Het kan hier gaan om een verzoek om een vergunning, een vrijstelling (Sperre), of een reactie op een van de vele verordeningen die destijds het dagelijks leven van Joodse Amsterdammers beheersten. De 1e Jan Steenstraat ligt in de wijk De Pijp, een buurt die destijds een aanzienlijke Joodse populatie kende.