Afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Afschrift van een officiële brief van de Gemeente Amsterdam. 18 december 1941. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Bestuur van het Amsterdams Speeltuinverbond, Oosteinde 9. No. 104/5/3 M.1941 AFSCHRIFT
No. 1096 L.M.1941
GEMEENTE AMSTERDAM.
Aan het Bestuur van het
Amsterdams Speeltuinverbond
Oosteinde 9.
Afd. O. No. 4735 Datum: 18 December 1941.
Naar aanleiding van Uw schrijven van 15 November jl. No. 707 deel
ik U mede, dat ik er geen bezwaar tegen heb, dat gij het gedeelte van den
speeltuin aan de Joubertstraat, waarop de speeltoestellen staan, weer
openstelt onder voorwaarde, dat dit gedeelte door een afscheiding van
voldoende sterkte wordt gescheiden van het marktgedeelte.
De Burgemeester van Amsterdam,
get. Voûte
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken.
Voor eensluidend afschrift:
De Gemeentesecretaris,
get. J.F. Franken.
Kennisgenomen:
De Directeur van het Marktwezen,
w.g. C.F. Sixma. Dit document is een formeel besluit van de burgemeester van Amsterdam waarin toestemming wordt verleend om de speeltoestellen in de speeltuin aan de Joubertstraat weer toegankelijk te maken. Cruciaal hierbij is de gestelde voorwaarde: er moet een "afscheiding van voldoende sterkte" worden aangebracht tussen het gedeelte met speeltoestellen en het "marktgedeelte". Het document is ondertekend door de pro-Duitse burgemeester Edward Voûte en de gemeentesecretaris Franken. Onderaan staat een aantekening dat de Directeur van het Marktwezen er kennis van heeft genomen, wat de link met de omliggende markt (de Joubertmarkt) benadrukt. Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De Joubertstraat ligt in de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een wijk die op dat moment een zeer hoge concentratie Joodse inwoners had. De genoemde "afscheiding" en de referentie naar het "marktgedeelte" zijn historisch beladen: in september 1941 was de Joubertmarkt door de bezetter aangewezen als een van de "Jodenmarkten".
De eis voor een fysieke afscheiding moet worden gezien in het licht van de toenemende segregatie en uitsluiting van Joodse burgers uit de publieke ruimte. Terwijl veel speeltuinen verboden terrein werden voor Joodse kinderen ("Voor Joden verboden"), illustreert deze brief hoe de gemeentelijke bureaucratie onder burgemeester Voûte meewerkte aan de fysieke indeling en beheersing van de openbare ruimte volgens de richtlijnen van de bezetter.