Doorslag van een officiële brief/beschikking.
Origineel
Doorslag van een officiële brief/beschikking. 1 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Marktwezen/Markten Amsterdam). Den Heer E. Elzas, Reitzstraat 34 hs, Amsterdam-Oost (Wijk 20). [Handgeschreven aantekening linksboven:] Verzonden 1/12
[Handgeschreven aantekening rechtsboven:] 3 ex Inspecteur
[Rechtsboven:] HG.
[Linksboven:] 104/6/2 M.
den Heer E. Elzas,
Reitzstraat 34 hs,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
1 December 1941.
Mij is gerapporteerd, dat U op 28 November jl. de orde op de markt Joubertstraat hebt verstoord. In verband met dit feit heb ik U, ingevolge het bepaalde in artikel 39 lid 1 van het Reglement op de Markten gestraft met ontneming van het recht om op een der markten hier ter stede een plaats in te nemen voor den tijd van twee dagen, namelijk op Woensdag 3 en Donderdag 4 December a.s.
De Directeur, Deze brief is een formele aanzegging van een disciplinaire maatregel tegen een markthandelaar, de heer E. Elzas. De directeur van de markten deelt mede dat Elzas op 28 november 1941 de orde heeft verstoord op de markt in de Joubertstraat. Als straf wordt hem, op basis van het Marktenreglement, het recht ontzegd om gedurende twee dagen (3 en 4 december 1941) een staanplaats in te nemen op een van de Amsterdamse markten.
De tekst is kort, zakelijk en streng. De handgeschreven aantekeningen "Verzonden 1/12" en "3 ex Inspecteur" duiden op de administratieve verwerking; de inspecteurs moesten blijkbaar toezien op de handhaving van dit marktverbod. Het document dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De context van de Jodenvervolging is hier essentieel. De ontvanger, E. Elzas, woonde in de Reitzstraat in de Transvaalbuurt (Amsterdam-Oost), een wijk met een zeer grote Joodse populatie die door de bezetter was aangewezen als onderdeel van de "Jodenbuurt". De markt in de Joubertstraat was een bekende markt in deze buurt waar veel Joodse kooplui hun nering hadden.
In 1941 werden de beperkingen voor Joodse burgers steeds strenger. Hoewel de brief een algemeen artikel uit het marktreglement citeert ("verstoring van de orde"), werden dergelijke incidenten of vermeende overtredingen in die tijd vaak aangegrepen om Joodse ondernemers en handelaren verder te marginaliseren of te dwarsbomen. Marktmeesters en inspecteurs stonden onder druk om streng te handhaven, zeker wanneer het Joodse marktkooplieden betrof. De maatregel trof de heer Elzas direct in zijn levensonderhoud.