Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 27 november 1941. A. Schaap, Nieuwe Kerkstraat 22 II, Amsterdam. Waarschijnlijk de marktmeester of een gemeentelijke instantie belast met marktgelden in Amsterdam. [Stempels/aantekeningen linksboven:]
Nº 104 / 7/1
M. 1941
29 / 11
[Rechtsboven:]
Amsterdam 27 Novembr 1941
uitp
Mijnheer,
Hiermede vraag ik U beleefd eenige
uitstel tot het betalen van een standplaats in
de Joubertstraat. Als reden hiervan is dat op
mijn handel beslag is gelegd waarbij ook is inbe-
grepen mijn verkoopvergunning.
Zoodoende kan ik die plaats in de
Joubertstraat niet bezetten.
Ik verzoek U beleefd hiervan nota te
willen nemen en dank U bij voorbaat reeds
vriendelijk.
Hoogachtend
A Schaap
Nieuwe Kerkstraat 22 II
Amsterdam [symbool] De brief is een formeel en beleefd verzoek van een marktkoopman, A. Schaap, aan een ambtelijke instantie. De toon is nederig ("vraag ik U beleefd", "vriendelijk"). De kern van de zaak is een betalingsprobleem: de schrijver kan de kosten voor zijn standplaats in de Joubertstraat niet voldoen omdat er beslag is gelegd op zijn handelswaar en, cruciaal, op zijn verkoopvergunning. Hierdoor is het voor hem fysiek en juridisch onmogelijk geworden om zijn nering op de markt voort te zetten. De brief is geschreven in een duidelijk en verzorgd handschrift, wat wijst op een zekere mate van geletterdheid. De datum van de brief, 27 november 1941, is van essentieel belang voor het begrijpen van de achtergrond. Nederland was op dat moment ruim anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De adressen die in de brief worden genoemd (Nieuwe Kerkstraat en Joubertstraat) bevonden zich in het hart van de Joodse buurten van Amsterdam (respectievelijk de oude Jodenbuurt en de Transvaalbuurt).
In de loop van 1941 intensiveerden de bezetters hun maatregelen tegen de Joodse bevolking. Een belangrijk onderdeel hiervan was de economische uitsluiting: het 'ariseren' of liquideren van Joodse bedrijven. Het "beslag leggen" op de handel en het intrekken van de verkoopvergunning waar A. Schaap over schrijft, was in deze periode een veelvoorkomende methode van de bezetter (vaak via de Wirtschaftsprüfstelle) om Joodse ondernemers en marktkooplui hun bestaansmiddelen te ontnemen. De Joubertstraat was een bekende marktlocatie in de Transvaalbuurt waar veel Joodse kooplieden werkten. Deze korte brief documenteert op een zeer persoonlijke en tragische wijze het moment waarop een individu door de anti-Joodse maatregelen direct in zijn levensonderhoud werd getroffen. A. Schaap