Handgeschreven correspondentie (briefkaart-formaat).
Origineel
Handgeschreven correspondentie (briefkaart-formaat). 7 december 1941. H. Groen. WelEd: Heer! [rechtsboven:] A.dam. 7 Dec 1941.
[daaronder handgeschreven aantekening:] ni. huis
Met deze zou ik UEd:
willen verzoeken, uitstel te willen
geven om mijn plaats in de Joubertstraat
in te nemen. Daar ik moment voor deze
markt geen handel heb.
Met de meeste
hoogachting
H. Groen. De brief is opgesteld in een uiterst beleefde, formele toon ("WelEd: Heer", "UEd:"), zoals gebruikelijk in de correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender, H. Groen, is vermoedelijk een marktkoopman die een officiële toewijzing heeft voor een staanplaats op de markt in de Joubertstraat. Hij verzoekt om uitstel omdat hij op dat moment "geen handel" (geen goederen om te verkopen) heeft. De handgeschreven notitie "ni. huis" boven de tekst is waarschijnlijk een administratieve aantekening van de ontvangende instantie (mogelijk "niet thuis" bij een controle of een verwijzing naar een dossier). Dit document is historisch saillant vanwege de datum en locatie. Op 7 december 1941 was Nederland anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De Joubertstraat, gelegen in de Amsterdamse Transvaalbuurt, was vanaf 3 november 1941 door de bezetter aangewezen als een van de drie specifieke "Joodse markten" in de stad. Joodse handelaren mochten enkel nog op deze markten hun waren aanbieden. De mededeling dat de schrijver "geen handel" heeft, weerspiegelt de extreme schaarste en de economische verstikking van de (Joodse) bevolking tijdens de bezettingsjaren. Het behouden van de standplaats ("uitstel") was voor handelaren van cruciaal belang voor hun toekomstige broodwinning en legale status.
Samenvatting
De brief is opgesteld in een uiterst beleefde, formele toon ("WelEd: Heer", "UEd:"), zoals gebruikelijk in de correspondentie met overheidsinstanties in die tijd. De afzender, H. Groen, is vermoedelijk een marktkoopman die een officiële toewijzing heeft voor een staanplaats op de markt in de Joubertstraat. Hij verzoekt om uitstel omdat hij op dat moment "geen handel" (geen goederen om te verkopen) heeft. De handgeschreven notitie "ni. huis" boven de tekst is waarschijnlijk een administratieve aantekening van de ontvangende instantie (mogelijk "niet thuis" bij een controle of een verwijzing naar een dossier).
Historische Context
Dit document is historisch saillant vanwege de datum en locatie. Op 7 december 1941 was Nederland anderhalf jaar bezet door nazi-Duitsland. De Joubertstraat, gelegen in de Amsterdamse Transvaalbuurt, was vanaf 3 november 1941 door de bezetter aangewezen als een van de drie specifieke "Joodse markten" in de stad. Joodse handelaren mochten enkel nog op deze markten hun waren aanbieden. De mededeling dat de schrijver "geen handel" heeft, weerspiegelt de extreme schaarste en de economische verstikking van de (Joodse) bevolking tijdens de bezettingsjaren. Het behouden van de standplaats ("uitstel") was voor handelaren van cruciaal belang voor hun toekomstige broodwinning en legale status.