Handgeschreven brief/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven brief/briefkaart. 9 februari 1939. Een marktkoopman of zelfstandig handelaar die momenteel zonder inkomsten zit. Een directeur, vermoedelijk van een gemeentelijke instantie (zoals de Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon) of een schuldeiser. mi. mop [?] 9 - 2. 1939.
Zeer Geachte Directeur
Als antwoord op uw schrijven
j.l. ben ik zoo vrij u even te
berichten dat ik denkelijk
deze week steun krijg. ~~Ik vraag~~ [doorstreept met rood]
u dan ook beleefd aan mijn ver-
zoek om uitstel alsnog te
willigen, want wanneer er weer
voldoende handel is dan kan ik ten
minste gauw weer uit de steun gaan
en daar ik vergunning heb ben
ik aangewezen op een goede plaats op
de markt.
z.o.z. * Afzender: Een marktkoopman of zelfstandig handelaar die momenteel zonder inkomsten zit.
* Ontvanger: Een directeur, vermoedelijk van een gemeentelijke instantie (zoals de Dienst voor Maatschappelijk Hulpbetoon) of een schuldeiser.
* Kernboodschap: De schrijver reageert op een eerdere brief. Hij meldt dat hij waarschijnlijk deze week "steun" (een werkloosheidsuitkering) zal ontvangen. Op basis hiervan verzoekt hij om uitstel van betaling of een andere verplichting. Hij spreekt de hoop uit dat zodra de handel weer aantrekt, hij snel weer onafhankelijk van de steun kan zijn, mede omdat hij over een marktvergunning en een goede standplaats beschikt.
* Stijl: Formeel, beleefd en enigszins nederig, kenmerkend voor correspondentie met instanties in die tijd. Dit document stamt uit februari 1939, de late jaren van de Grote Depressie in Nederland. De economische omstandigheden waren zwaar en veel zelfstandigen, zoals marktkooplieden, verkeerden in financiële nood.
De term "steun" verwijst naar het toenmalige stelsel van werklozenzorg. Voor zelfstandigen was het vaak een grote stap om steun aan te vragen, omdat dit gepaard ging met strenge controles en soms een gebrek aan maatschappelijk aanzien. Het feit dat de schrijver benadrukt dat hij een "vergunning" en een "goede plaats op de markt" heeft, dient als bewijs van zijn goede wil en zijn potentieel om weer zelfvoorzienend te worden zodra de markt aantrekt. De rode streep in de tekst is vermoedelijk door een ambtenaar gezet om een kernpunt in de brief te markeren tijdens de verwerking ervan.