Brief/Rapportage
Origineel
Brief/Rapportage 25 januari 1939 J. Renz (Marktopziener) Dapperstraat 25 Jan: 1939
Den Heer Inspecteur
Zaterdag 21 Jan: j: l: des namiddags te ongeveer 4 uur, bevond ik mij in het politieposthuis op het Dapperplein. Terwijl ik daar aanwezig was, stapte een ongeveer 12 jarige jongen binnen, met in zijn hand een geel gekleurd doosje ter groote van een gulden. Op de vraag van de dienstdoende agent wat van zijn verlangen was, overhandigde jongen het doosje aan die agent onder het gezegde: „Mijnheer dat heeft moeder op de markt gekocht, en het stinkt.” Nadat twee agenten van politie samen overleg gepleegd hadden, en na er herhaaldelijk aan geroken te hebben, werd door een agent het abattoir opgebeld over deze zaak. Nadat door de politie het abattoir opgebeld was, ben ik naar de verkooper van die doosjes (Dhr: Hakker) gegaan, en heb hem verzocht die doosjes met inhoud niet te verkoopen zoolang de keurmeester er niet bij geweest was, maar zich alleen te bepalen tot de verkoop van zijn pakjes tabak. Of op 21 Jan: de keurmeester inderdaad bij Hakker is geweest is mij niet bekend, aangezien mijn dienst om 5 uur namiddags eindigde –
Marktopz.
J. Renz * Handschrift: Het betreft een zeer goed leesbaar, verzorgd handschrift in zwarte inkt. Er is één correctie zichtbaar bij de datum in de tekst, waar "17" is veranderd in "21".
* Taalgebruik: Formeel en ambtelijk Nederlands uit de vooroorlogse periode. Termen zoals "j: l:" (jongstleden), "des namiddags" en "gezegde" zijn typerend voor die tijd.
* Inhoud: De marktopziener (J. Renz) rapporteert over een incident waarbij een jongetje een doosje met stinkende inhoud naar de politie bracht. Dit doosje was gekocht op de markt. Renz greep direct in door de betreffende koopman (Hakker) te sommeren de verkoop van dit product te staken totdat een keurmeester het product had onderzocht. De koopman mocht wel doorgaan met de verkoop van tabak. Dit document biedt een interessant inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de Dappermarkt in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het toont de nauwe samenwerking tussen de politie en het markttoezicht bij klachten over volksgezondheid en voedselveiligheid. De verwijzing naar het 'abattoir' suggereert dat de inhoud van het doosje mogelijk een vleesproduct of een dierlijk bijproduct betrof dat aan bederf onderhevig was. De "keurmeester" was destijds de aangewezen autoriteit om te bepalen of producten nog geschikt waren voor consumptie of verkoop. De Dappermarkt was (en is) een centrale plek in de Amsterdamse Dapperbuurt, en dergelijke handgeschreven rapportages vormen belangrijke bronnen voor de lokale sociaal-economische geschiedenis.