Archief 745
Inventaris 745-277
Pagina 88
Dossier 25
Jaar 1939
Stadsarchief

Ambtelijk schrijven / Rapportage

28 maart 1939 Van: J. Renz, Marktopziener (Marktopz.)

Origineel

Ambtelijk schrijven / Rapportage 28 maart 1939 J. Renz, Marktopziener (Marktopz.) Dapperstraat 28 Maart 1939

Den Heer
Inspecteur

Bijgaand verzoek is mij niet recht duidelijk, ont-
heffing van plaats bezetten wordt gevraagd door
Mevr: H. B. Matteman - de Groot, terwijl L.
Matteman de vaste plaatshouder is, zoodat iemand
ontheffing vraagt van datgene wat als gunst
is toegestaan (vrouw behulpzaam). Hierbij zou ik
U in overweging willen geven het verzoek van
niet uitstallen aan Mevr: Matteman-de Groot
toe te staan, echter geen ontheffing te willen
verleenen (van plaatsbezetting) aan L. Matteman
vaste plaatsh: nº 57 -

Marktopz.
J. Renz Het betreft een interne correspondentie binnen de marktadministratie van Amsterdam (gezien de vermelding van de Dapperstraat). Marktopziener J. Renz rapporteert aan zijn inspecteur over een onduidelijke aanvraag.

De kern van de zaak is een bureaucreatische complicatie:
1. L. Matteman is de officiële vergunninghouder ("vaste plaatshouder") van kraamplaats nummer 57.
2. Zijn echtgenote, Mevr. H.B. Matteman-de Groot, heeft blijkbaar toestemming om als "behulpzame vrouw" op de markt te staan (een destijds gebruikelijke regeling).
3. Zij vraagt nu ontheffing aan voor het bezetten van de plaats.

De marktopziener vindt dit verwarrend ("niet recht duidelijk") omdat de persoon die de ontheffing vraagt niet de officiële houder van de plek is. Hij adviseert om de echtgenote weliswaar toe te staan niet uit te stallen, maar de officiële "ontheffing van plaatsbezetting" niet te verlenen aan L. Matteman. Dit wijst erop dat men streng toezag op de plicht om een marktplaats daadwerkelijk te gebruiken. Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de regels voor de Amsterdamse markten (zoals de Dapper- en Ten Katemarkt) zeer strikt waren. Een "vaste plaatshouder" had het recht op een specifieke plek, maar was ook verplicht deze te bezetten om te voorkomen dat de markt "dood" sloeg.

De terminologie ("vrouw behulpzaam") reflecteert de toenmalige maatschappelijke orde en wetgeving, waarbij vrouwen vaak onder de vergunning van hun echtgenoot werkten. De weigering van de ontheffing kan duiden op een streven van de marktmeesters om actieve handel te waarborgen en misbruik van standplaatsrechten tegen te gaan. Kort na dit schrijven zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken, wat de reglementering en bezetting van de Amsterdamse markten ingrijpend zou veranderen, zeker gezien de grote Joodse gemeenschap die op de Dappermarkt werkzaam was.

Samenvatting

Het betreft een interne correspondentie binnen de marktadministratie van Amsterdam (gezien de vermelding van de Dapperstraat). Marktopziener J. Renz rapporteert aan zijn inspecteur over een onduidelijke aanvraag.

De kern van de zaak is een bureaucreatische complicatie:
1. L. Matteman is de officiële vergunninghouder ("vaste plaatshouder") van kraamplaats nummer 57.
2. Zijn echtgenote, Mevr. H.B. Matteman-de Groot, heeft blijkbaar toestemming om als "behulpzame vrouw" op de markt te staan (een destijds gebruikelijke regeling).
3. Zij vraagt nu ontheffing aan voor het bezetten van de plaats.

De marktopziener vindt dit verwarrend ("niet recht duidelijk") omdat de persoon die de ontheffing vraagt niet de officiële houder van de plek is. Hij adviseert om de echtgenote weliswaar toe te staan niet uit te stallen, maar de officiële "ontheffing van plaatsbezetting" niet te verlenen aan L. Matteman. Dit wijst erop dat men streng toezag op de plicht om een marktplaats daadwerkelijk te gebruiken.

Historische Context

Dit document stamt uit maart 1939, een periode waarin de regels voor de Amsterdamse markten (zoals de Dapper- en Ten Katemarkt) zeer strikt waren. Een "vaste plaatshouder" had het recht op een specifieke plek, maar was ook verplicht deze te bezetten om te voorkomen dat de markt "dood" sloeg.

De terminologie ("vrouw behulpzaam") reflecteert de toenmalige maatschappelijke orde en wetgeving, waarbij vrouwen vaak onder de vergunning van hun echtgenoot werkten. De weigering van de ontheffing kan duiden op een streven van de marktmeesters om actieve handel te waarborgen en misbruik van standplaatsrechten tegen te gaan. Kort na dit schrijven zou de Tweede Wereldoorlog uitbreken, wat de reglementering en bezetting van de Amsterdamse markten ingrijpend zou veranderen, zeker gezien de grote Joodse gemeenschap die op de Dappermarkt werkzaam was.

Locaties

Dapperstraat (Amsterdam)