Ambtelijke correspondentie/memo.
Origineel
Ambtelijke correspondentie/memo. 28 maart 1939. J. Rens, Marktopziener. Dapperplein 28 Maart 1939
Den Heer
Inspecteur
Aangezien er reeds kooplieden zijn welke op de
markt vischbakken voor de verkoop en er geen
klachten over gehoord worden, zou ik U in
overweging willen geven het verzoek van Dhr.
Martens vaste pl: k: nº 303, tot het bakken van visch
op het Dapperplein (onder verwijzing naar de
desbetreffende bepalingen aangaande bak_
toestel en d:g:) toe te staan —
Marktopz:
J. Rens * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de vooroorlogse Nederlandse spelling (bijv. "visch", "kooplieden"). De schrijfstijl is formeel en ambtelijk, passend bij de hiërarchie tussen een marktopziener en een inspecteur.
* Inhoud: Marktopziener J. Rens adviseert positief over een aanvraag van een zekere de heer Martens. Martens heeft een vaste standplaats (nummer 303) op de Dappermarkt en wil daar vis gaan bakken voor de verkoop. De opziener motiveert zijn positieve advies door te wijzen op het feit dat andere kooplui dit ook al doen zonder dat dit tot overlast of klachten leidt.
* Juridisch/Reglementair: Er wordt expliciet verwezen naar de bestaande regels ("bepalingen") met betrekking tot het gebruik van een "baktoestel en d:g:" (dergelijke), wat aangeeft dat er strikte voorschriften waren voor brandveiligheid en hygiëne op de markt.
* Paleografie: Het handschrift is een vlot, hellend cursief schrift uit de 20e eeuw, goed leesbaar met de kenmerkende lussen en verbindingen van die tijd. De afkorting "pl: k:" staat vermoedelijk voor 'plaats kaart' of 'plaats kenmerk'. Dit document biedt een inkijkje in het dagelijks beheer van de Dappermarkt in Amsterdam, vlak voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De Dappermarkt (gelegen aan het Dapperplein) was en is nog steeds een van de belangrijkste en drukste markten van Amsterdam.
De brief illustreert de bureaucratische processen die nodig waren voor het verkrijgen van specifieke vergunningen, zoals voor het bereiden van warm voedsel op de markt. Het feit dat de marktopziener "geen klachten" als argument gebruikt, suggereert dat de handhaving van de openbare orde en het voorkomen van stankoverlast belangrijke overwegingen waren voor het marktbestuur in de jaren '30.