Archiefdocument
Origineel
26 april 1939. Dienst van het Marktwezen, Amsterdam. Gevestigd aan de Jan van Galenstraat 14. Den Heer R. Montezinos, Vrolikstraat 110 II, Amsterdam-Oost. (Wijk 20). [Logo van Amsterdam met drie kruizen]
MARKTWEZEN
AMSTERDAM HG.
TELEFOONNUMMER 85151 VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING DATUM EN NUMMER TE VERMELDEN
No. 26/22/1 M.
BIJLAGE
ONDERWERP:
AMSTERDAM (W.) 26 April 1939.
JAN VAN GALENSTRAAT 14
AAN
den Heer R. Montezinos,
Vrolikstraat 110 II,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Handgeschreven:] Verzonden 26/4
Aangezien U gedurende langer dan drie weken in ge-
breke is gebleven, om het marktgeld, verschuldigd voor Uw
plaats op de markt Dapperstraat
te betalen, waarschuw ik U hierby, dat U alsnog vóór 30 April
a.s. aan Uw verplichting moet voldoen.
Ik wys U er met nadruk op, dat, indien U langer in
gebreke blyft, de U verleende vaste plaats, ingevolge artikel
11 van het Reglement op de Markten, met ingang van 1 Mei
a.s. onherroepelyk wordt ingetrokken.
Indien een geldige reden U verhindert, om aan Uw
verplichtingen te voldoen (byvoorbeeld omdat U steun geniet;
in een ziekenhuis wordt verpleegd, enz.) dient U onmiddellyk
myn dienst hiervan in kennis te stellen, omdat dan kan worden
voorkomen, dat de intrekking plaatsvindt.
De Directeur,
[Onderaan links:] A.Z. MODEL NO. 8. 10.000-6-'38-1633. Dit document is een formele aanmaning van de Gemeente Amsterdam, specifiek de Dienst van het Marktwezen. De brief is gericht aan de heer R. Montezinos, een marktkoopman die een vaste staanplaats had op de Dappermarkt in Amsterdam-Oost.
De kern van de brief is een betalingsachterstand: Montezinos heeft al meer dan drie weken zijn marktgeld niet betaald. De directeur van het Marktwezen stelt een ultimatum: de schuld moet vóór 30 april 1939 voldaan zijn. Indien dit niet gebeurt, wordt zijn vaste standplaats per 1 mei 1939 definitief ingetrokken op basis van het Marktreglement. De brief biedt nog een kleine opening voor coulance indien er sprake is van overmacht, zoals ziekte of armoede (het genieten van 'steun'), mits dit direct gemeld wordt. De datum van het schrijven, 26 april 1939, is historisch saillant. Het is de vooravond van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting van Nederland. Amsterdam kende in die tijd een bloeiende marktcultuur waarin veel Joodse Amsterdammers werkzaam waren. De achternaam "Montezinos" is van Sefardisch-Joodse oorsprong, wat suggereert dat de geadresseerde deel uitmaakte van de Joodse gemeenschap in Amsterdam-Oost.
In de jaren '30 heerste er nog grote economische malaise na de Grote Depressie. Dat de marktmeester expliciet vraagt of de koopman "steun geniet" (een vorm van bijstand) geeft aan dat betalingsproblemen onder kleine zelfstandigen destijds veelvoorkomend waren. Slechts een jaar na deze brief, na de inval in mei 1940, zouden Joodse marktkooplieden te maken krijgen met steeds restrictievere maatregelen, die uiteindelijk leidden tot hun volledige uitsluiting van de reguliere markten en de deportaties. Dit document vormt daarmee een getuigenis van het alledaagse leven en de bureaucratische druk op burgers vlak voor deze catastrofale periode.