Typoscript (doorslag/afschrift van een brief).
Origineel
Typoscript (doorslag/afschrift van een brief). 25 juli 1939. J.A. Wagemakers, wonende aan de 2e v. Swindenstraat 102 III, Amsterdam-Oost. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.26/38/1 M.1939 AFSCHRIFT.
No.110/16 L.M.1939
Amsterdam, 25 Juli 1939.
Aan Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.
Edelachtbare Heeren,
Met deze richt ik tot U het verzoek om een bakvergunning voor het bakken van Petate Fritus op de Dappermarkt en ik hoop, dat U mijn verzoek inwilligt, daar ik anders gedoemt ben mij aan bedelarij schuldig te maken.
Omdat ik nog niet lang genoeg inwoonder ben wordt ik van ondersteuning uitgesloten.
Hopende, dat U mij en mijn gezin met zes kinderen van algehele ondergang wilt behoeden teeken ik hoogachtend.
w.g. J.A. Wagemakers,
2e v.Swindenstraat 102 III
Amsterdam-Oost. In deze brief richt J.A. Wagemakers een wanhopig verzoek aan het Amsterdamse stadsbestuur. Hij vraagt om een vergunning om "Petate Fritus" (patat frites) te mogen verkopen op de Dappermarkt.
De kern van het schrijven is de bittere noodzaak:
1. Gebrek aan inkomen: De schrijver heeft geen werk en ziet de verkoop van frites als zijn enige uitweg.
2. Geen sociaal vangnet: Hij komt niet in aanmerking voor gemeentelijke steun omdat hij nog niet lang genoeg in Amsterdam woont (de zogenaamde woonplaats van onderstand).
3. Grote zorgplicht: Hij heeft de verantwoordelijkheid over een gezin met zes kinderen.
4. Dreiging: Hij stelt expliciet dat hij zonder deze vergunning gedwongen zal zijn tot bedelarij, wat in die tijd bovendien strafbaar was.
De toon is uiterst formeel ("Edelachtbare Heeren"), zoals gebruikelijk in correspondentie met de overheid, maar de inhoud getuigt van diepe armoede en sociale uitsluiting. De term "w.g." bij de ondertekening betekent "was getekend", wat aangeeft dat dit een officieel afschrift is van de oorspronkelijke handgeschreven of getypte brief. Dit document stamt uit juli 1939, een periode waarin Nederland nog steeds de naweeën ondervond van de economische crisis van de jaren '30. De werkloosheid was hoog en de sociale voorzieningen waren karig en streng gereguleerd.
- De Dappermarkt: Gelegen in Amsterdam-Oost, was en is dit een belangrijke volksmarkt. Voor een bewoner van de nabijgelegen 2e van Swindenstraat was dit de logische plek om een nering te beginnen.
- Woonplaats van onderstand: Tot ver in de 20e eeuw gold de regel dat een gemeente pas financiële steun ("ondersteuning") hoefde te verlenen aan behoeftigen nadat zij een bepaald aantal jaren (vaak drie tot vijf) onafgebroken in die gemeente hadden gewoond. Nieuwkomers vielen hierdoor vaak letterlijk tussen wal en schip.
- Tijdsbeeld: De brief is geschreven slechts enkele weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. De term "Petate Fritus" is een interessante fonetische of archaïsche spelling van het destijds relatief nieuwe fenomeen van de patatkraam in het Amsterdamse straatbeeld.