Brief (ambtelijke correspondentie).
Origineel
Brief (ambtelijke correspondentie). 16 augustus 1909. J. Renz, Marktopzichter. Den Heer Inspecteur. Dapperstraat 16 Aug: 1909
Den Heer
Inspecteur
Aangaande het verzoek van Mej: E. Blitz pl: no 124,
zou ik U in overweging willen geven, het verzoek
om vervanging niet toe te staan. De reden hiervan
is dat er allereerst geen doktersverklaring
overlegd is, en ten tweede terwijl Mej: Blitz
met vacantie was en haar zuster van haar
plaats gebruik maakte (wat mogelijk is om-
dat er uitgezonderd zaterdag voldoende plaatsen
open zijn) controleur Reyenga een dagplaats
à f. 0.15 van haar vorderde de zuster van Mej:
Blitz (de Haan) daar nogal gebelgd over was, en
zy dat wel even in orde zou maken dat zy haar
zuster vervangen mocht. Wanneer de zuster van
Mej: Blitz van Maandag t/m Vrijdag van
plaats 124 gebruik maakt, moet er m:i: een
dagplaats voor betaald worden. Zaterdag's
wordt de plaats aan de daarop voor die
dag rechthebbende toegewezen –
Marktopz:
J. Renz. In deze brief adviseert de marktopzichter van de Dapperstraat de inspecteur om een verzoek tot vervanging van een marktkraamhoudster, Mejuffrouw E. Blitz, af te wijzen. De opzichter voert hiervoor twee belangrijke argumenten aan:
1. Gebrek aan bewijs: Er is geen medische verklaring (doktersverklaring) ingediend die een vervanging noodzakelijk maakt.
2. Omzeilen van leges: De zuster van de kraamhoudster (vrouw De Haan) had de plek al gebruikt tijdens de vakantie van Mej. Blitz. Toen een controleur haar hiervoor een 'dagplaats-vergoeding' van 15 cent in rekening bracht, was zij hierover 'gebelgd' (beledigd/boos). Zij kondigde daarop aan dat zij wel zou regelen dat zij officieel als vervangster mocht optreden, vermoedelijk om deze kosten te ontlopen.
De marktopzichter stelt dat de zuster voor de weekdagen gewoon de dagprijs moet betalen als zij de plek wil gebruiken, en dat de plek op zaterdag – de drukste marktdag – moet gaan naar de persoon die daar op die specifieke dag recht op heeft. De brief dateert uit 1909, een periode waarin de markthandel in Amsterdam sterk gereguleerd werd. De Dappermarkt werd officieel een markt in 1910, maar zoals uit dit document blijkt, werd er in 1909 al streng toezicht gehouden op de standplaatsen in de Dapperstraat.
Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse gang van zaken op de markt: de kosten voor een dagplaats (15 cent), de rol van controleurs, en de bureaucratische eisen (zoals een doktersverklaring) om fraude met standplaatsen te voorkomen. Het illustreert ook de sociale dynamiek tussen marktkooplui en de overheid, waarbij de opzichter waakt over de rechtvaardige toewijzing van plaatsen en het innen van de verschuldigde gelden. Aangaande het (Inspecteur) E. Blitz J. Renz