Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke kanttekeningen. 12 juni 1942. C. Booy jr. De Directeur van het Marktwezen te Amsterdam, afdeling Vis. [Linksboven, diagonaal:] Inschrijven
[Midden boven:] Nº 46a/366/1 M. 1942 12/6 [stempel]
[Rechtsboven:] 635
Volendam 12 Juni 1942.
Aan den Directeur van
het Marktwezen te
Amsterdam afdeling Vis
Mijnheer
Beleefd zou ik u willen vragen.
of ik visch mag leveren aan het
Hotel Neuf. Kalverstraat. wat ik
altijd heb gedaan. Mocht u
daar voor controle willen houden
dan zal Hotel Neuf of de winkel
Fred Hendrikstr 27 daarvoor altijd
bereid zijn. De levering zou dan ongeveer
zijn per week 40 p aal liefst mooi
goed en wat zoet watervisch.
Bij voorbaat
mijn dank
C Booy jr.
Th. Stam
[Kantlijn links onderaan:]
M. i. geen bezwaar.
19-6-’42.
[Onleesbare handtekening/paraf]
Gezien
24/6’42
[Paraf]
[Rechts onderaan:]
Ter kennisneming
15/6 '42
[Paraf]
antw. [datum/paraf] In deze brief verzoekt C. Booy jr., een vishandelaar of visser uit Volendam, om toestemming voor het voortzetten van zijn leveranties aan Hotel Neuf in de Kalverstraat te Amsterdam. De brief is zakelijk en beleefd van toon.
De schrijver specificeert de aard en omvang van de handel: ongeveer 40 pond (of stuks) aal per week, aangevuld met zoetwatervis. Opvallend is dat de afzender proactief meewerkt aan de geldende regels door controlemogelijkheden aan te bieden, zowel bij het hotel als bij een winkel in de Frederik Hendrikstraat.
De ambtelijke aantekeningen in de marge tonen de bureaucratische afhandeling aan:
1. 15 juni: Het document wordt "ter kennisneming" aangenomen.
2. 19 juni: Een ambtenaar noteert "M.i. [Mijns inziens] geen bezwaar".
3. 24 juni: De definitieve goedkeuring/visum ("Gezien") wordt geplaatst. Dit document stamt uit juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie streng gereguleerd. Voor het vervoer en de handel in vis tussen verschillende gemeenten (in dit geval van Volendam naar Amsterdam) waren officiële vergunningen van het "Marktwezen" noodzakelijk om zwarte handel te voorkomen en de rantsoenering te handhaven.
De vishandel was voor Volendam van vitaal belang, maar de oorlogsomstandigheden maakten de bedrijfsvoering complex door brandstoftekorten en strenge controles. De vermelding van "Hotel Neuf" duidt op een bestaande handelsrelatie met een bekend Amsterdams horeca-etablissement dat, ondanks de oorlog, probeerde de exploitatie voort te zetten. De snelle afhandeling van de brief (binnen twee weken) suggereert dat dergelijke verzoeken routine waren binnen de bureaucratie van de voedselvoorziening. C. Booy Marktwezen