Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 97
Dossier 103
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven verzoekschrift/brief.

12 juni 1942. Van: K. v. d. Bicker, Korte Prinsengracht 40, Amsterdam.

Origineel

Handgeschreven verzoekschrift/brief. 12 juni 1942. K. v. d. Bicker, Korte Prinsengracht 40, Amsterdam. Nº 46ª/370/1 Mei 1942 17/6 2 ongep garn
Amsterdam 12 juni 1942

Mijne Heeren

aangezien ik steeds verstoken
blijf van mijn toe wijzing
van natte en gerookte aal
zoo heb ik een verzoek of uw
wil in formeeren bij onder
staande personen waar ik
vis van heeft betrokken en
laten rooken Het zijn
N Brinkhuizen
M Tervoort
Hartog - Geritsen
Hansen Molenaar Kuntje
Steven en nog meer anderen
Brinkhuizen heeft altijd
voor mijn gerookt in afwachting
zoo ik mij noem K v d Bicker
Korte prinsengracht 40 * Inhoud: De schrijver, K. v. d. Bicker, beklaagt zich erover dat hij geen toewijzing krijgt voor "natte" (verse) en gerookte aal. Om zijn recht op deze toewijzing aan te tonen, verzoekt hij de instantie om inlichtingen in te winnen bij een lijst met namen van personen en bedrijven waar hij voorheen zaken mee deed.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, ietwat archaïsche stijl ("Mijne Heeren", "verstoken blijf", "vis van heeft betrokken"). Er zijn enkele spelfouten en eigenaardigheden in de zinsbouw die typerend zijn voor die tijd ("in formeeren" in plaats van informeren, "voor mijn gerookt" in plaats van voor mij).
* Lijst van namen: De genoemde namen (Brinkhuizen, Tervoort, Hartog-Geritsen, etc.) zijn waarschijnlijk vishandelaren of rokerijen die destijds actief waren in of nabij Amsterdam. Brinkhuizen wordt specifiek genoemd als degene die het rookwerk uitvoerde.
* Adres: De Korte Prinsengracht 40 te Amsterdam bevindt zich in een gebied dat historisch verbonden is met de handel en kleinschalige industrie (nabij de Jordaan en de Westelijke Eilanden). * Oorlogstijd en Distributie: De brief dateert van juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem. Goederen zoals vis en aal waren schaars en de handel werd streng gereguleerd door overheidsinstanties (zoals het Rijksbureau voor de Visserij).
* Bewijs van activiteit: Om in aanmerking te komen voor een "toewijzing" (een quotum om te mogen inkopen of verhandelen), moest een handelaar aantonen dat hij voor de oorlog al in die branche werkzaam was. Deze brief is een poging van een kleine handelaar om zijn historische bedrijfsactiviteit te bewijzen aan de hand van referenties.
* Administratieve verwerking: De stempels en de rode letter "B" duiden op een ambtelijke verwerking. De discrepantie tussen de stempel "Mei 1942" en de geschreven datum "juni" suggereert dat er gebruik werd gemaakt van oudere formulieren of dat de administratieve afhandeling vertraging opliep. De notitie "2 ongep garn" bovenin zou kunnen verwijzen naar een ander deel van de toewijzing (ongepelde garnalen).

Samenvatting

  • Inhoud: De schrijver, K. v. d. Bicker, beklaagt zich erover dat hij geen toewijzing krijgt voor "natte" (verse) en gerookte aal. Om zijn recht op deze toewijzing aan te tonen, verzoekt hij de instantie om inlichtingen in te winnen bij een lijst met namen van personen en bedrijven waar hij voorheen zaken mee deed.
  • Taalgebruik: De brief is geschreven in een formele, ietwat archaïsche stijl ("Mijne Heeren", "verstoken blijf", "vis van heeft betrokken"). Er zijn enkele spelfouten en eigenaardigheden in de zinsbouw die typerend zijn voor die tijd ("in formeeren" in plaats van informeren, "voor mijn gerookt" in plaats van voor mij).
  • Lijst van namen: De genoemde namen (Brinkhuizen, Tervoort, Hartog-Geritsen, etc.) zijn waarschijnlijk vishandelaren of rokerijen die destijds actief waren in of nabij Amsterdam. Brinkhuizen wordt specifiek genoemd als degene die het rookwerk uitvoerde.
  • Adres: De Korte Prinsengracht 40 te Amsterdam bevindt zich in een gebied dat historisch verbonden is met de handel en kleinschalige industrie (nabij de Jordaan en de Westelijke Eilanden).

Historische Context

  • Oorlogstijd en Distributie: De brief dateert van juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een strikt distributiesysteem. Goederen zoals vis en aal waren schaars en de handel werd streng gereguleerd door overheidsinstanties (zoals het Rijksbureau voor de Visserij).
  • Bewijs van activiteit: Om in aanmerking te komen voor een "toewijzing" (een quotum om te mogen inkopen of verhandelen), moest een handelaar aantonen dat hij voor de oorlog al in die branche werkzaam was. Deze brief is een poging van een kleine handelaar om zijn historische bedrijfsactiviteit te bewijzen aan de hand van referenties.
  • Administratieve verwerking: De stempels en de rode letter "B" duiden op een ambtelijke verwerking. De discrepantie tussen de stempel "Mei 1942" en de geschreven datum "juni" suggereert dat er gebruik werd gemaakt van oudere formulieren of dat de administratieve afhandeling vertraging opliep. De notitie "2 ongep garn" bovenin zou kunnen verwijzen naar een ander deel van de toewijzing (ongepelde garnalen).

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26