Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 142
Dossier 2A
Jaar 1942
Stadsarchief

Officiële brief/bekendmaking.

Van: Dienst van het Marktwezen, Amsterdam (ondertekend door C.F. Sixma).

Origineel

Officiële brief/bekendmaking. Dienst van het Marktwezen, Amsterdam (ondertekend door C.F. Sixma). M A R K T W E Z E N - A M S T E R D A M .
Amsterdam, 5 Juni 1942.

Aan den Heer

AMSTERDAM( ).

Hierbij deel ik U mede, dat het in het voornemen van den
Burgemeester ligt om in de Beethovenstraat op het pleintje tusschen
de Brahmsstraat en Euterpestraat een marktje te stichten voor aard-
appelen, groenten en fruit en visch.
Venters, die voor een vaste plaats op deze markt in aan-
merking willen komen, moeten zich vóór 10 Juni a.s. schriftelijk
opgeven aan den Dienst van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14,
Amsterdam-West.

De Directeur,
C.F.SIXMA. * Inhoud: De brief informeert over het besluit van de burgemeester om een kleine markt te vestigen op het pleintje tussen de Brahmsstraat en de Euterpestraat (tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat) in de Beethovenbuurt. De markt is specifiek bedoeld voor de handel in aardappelen, groenten, fruit en vis. Er wordt een strakke deadline gesteld voor venters om zich aan te melden (vóór 10 juni, slechts vijf dagen na de datering van de brief).
* Administratieve stijl: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("in het voornemen van den Burgemeester ligt", "stichten", "in aanmerking willen komen").
* Topografie: De genoemde locatie betreft een kruispunt in Amsterdam-Zuid dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een beladen betekenis kreeg. * Oorlogstijd: De datum, 5 juni 1942, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de beperkende maatregelen voor de Joodse bevolking steeds strenger.
* De "Joodsche Markt": Hoewel de brief het niet expliciet vermeldt, is de locatie (Beethovenstraat/Euterpestraat) historisch bekend als een van de locaties waar in 1941/1942 speciale "Joodse markten" werden ingesteld. De bezetter verplichtte Joden om op gescheiden markten hun inkopen te doen en verbood Joodse handelaren om op reguliere markten te staan.
* Euterpestraat: De vernoeming naar de Euterpestraat is wrang; in deze straat was tijdens de oorlog het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst (SD) gevestigd. Na de oorlog werd de straat omgedoopt tot de Gerrit van der Veenstraat.
* Isolatie: Het stichten van dergelijke kleine, lokale markten paste in het beleid van de bezetter om de Joodse bevolking te isoleren van de rest van de stad, vlak voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen. Dit document is daarmee een administratief bewijsstuk van de uitvoering van de segregatiepolitiek door het Amsterdamse gemeentebestuur (onder toezicht van de bezetter).

Samenvatting

  • Inhoud: De brief informeert over het besluit van de burgemeester om een kleine markt te vestigen op het pleintje tussen de Brahmsstraat en de Euterpestraat (tegenwoordig de Gerrit van der Veenstraat) in de Beethovenbuurt. De markt is specifiek bedoeld voor de handel in aardappelen, groenten, fruit en vis. Er wordt een strakke deadline gesteld voor venters om zich aan te melden (vóór 10 juni, slechts vijf dagen na de datering van de brief).
  • Administratieve stijl: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("in het voornemen van den Burgemeester ligt", "stichten", "in aanmerking willen komen").
  • Topografie: De genoemde locatie betreft een kruispunt in Amsterdam-Zuid dat tijdens de Tweede Wereldoorlog een beladen betekenis kreeg.

Historische Context

  • Oorlogstijd: De datum, 5 juni 1942, valt midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werden de beperkende maatregelen voor de Joodse bevolking steeds strenger.
  • De "Joodsche Markt": Hoewel de brief het niet expliciet vermeldt, is de locatie (Beethovenstraat/Euterpestraat) historisch bekend als een van de locaties waar in 1941/1942 speciale "Joodse markten" werden ingesteld. De bezetter verplichtte Joden om op gescheiden markten hun inkopen te doen en verbood Joodse handelaren om op reguliere markten te staan.
  • Euterpestraat: De vernoeming naar de Euterpestraat is wrang; in deze straat was tijdens de oorlog het hoofdkwartier van de Sicherheitspolizei en de Sicherheitsdienst (SD) gevestigd. Na de oorlog werd de straat omgedoopt tot de Gerrit van der Veenstraat.
  • Isolatie: Het stichten van dergelijke kleine, lokale markten paste in het beleid van de bezetter om de Joodse bevolking te isoleren van de rest van de stad, vlak voordat de grootschalige deportaties in de zomer van 1942 begonnen. Dit document is daarmee een administratief bewijsstuk van de uitvoering van de segregatiepolitiek door het Amsterdamse gemeentebestuur (onder toezicht van de bezetter).

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26