Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 160
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypte brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder kop).

18 juli 1942. Van: De waarnemend (wnd.) Directeur van het Marktwezen (Amsterdam).

Origineel

Getypte brief (doorslag of origineel op briefpapier zonder kop). 18 juli 1942. De waarnemend (wnd.) Directeur van het Marktwezen (Amsterdam). Bladzijde 2 van brief No. 46A/388/2 M. d.d. 18 Juli 1942 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.

vooralsnog geen aanleiding om deze seizoen-kooplieden van de ver-
deelingslijsten te schrappen.
Overigens moge aan deze kwestie ook niet te veel beteeke-
nis worden toegekend. Indien toch bijvoorbeeld 150 van de dsebe-
treffende kooplieden van de lijsten zouden worden geschrapt, dan
zou hierdoor bij den huidigen vischaanvoer 150 x 40 ½ kg. aal =
6000 ½ kg. aal per week voor den bona fide handel meer beschik-
baar komen. Dat is, verdeeld over een zestigtal van dergelijke
handelaren een 100 ½ kg. per week, waaraan maximaal bruto ƒ 10,-
kan worden verdiend. Met deze geringe hoogere inkomsten zou de
bona fide handelaar niet zijn gebaat!
De onderhavige verdeelingsregeling is getroffen op verlange
gen van de Prijsbeheersching en de Nederlandsche Visscherijcen-
trale, omdat in vorige jaren, toen de kleinhandelaren recht-
streeks van grossiers konden betrekken, vrijwel geen visch tegen d
de daarvoor gestelde prijzen voor de bevolking beschikbaar was.
Speciaal de aal was toen in handen van enkele handelaren, die
deze al ver boven de maximumprijzen van de grossiers betrokken
om ze daarna aan het publiek te verkoopen tegen een prijs, welke
slechts door enkelen kon worden betaald. Het algemeen belang
eischte, dat werd ingegrepen en de ingevoerde regeling strekt
tot het doel, waartoe zij in het leven is geroepen, hoewel moge-
lijk enkele kleinhandelaren bij den geringen aanvoer der laatste
weken erdoor worden gedupeerd. Vastgesteld moet daarbij worden,
dat de Nederlandsche Visscherijcentrale niet in staat blijkt de
hoeveelheid visch naar Amsterdam te zenden, die aanvankelijk was
toegezegd.

De Gemeentelijk Adviseur De Directeur van het
voor Voedings-en Distri- Marktwezen,
butie-aangelegenheden, wnd. * Kern van het betoog: De directeur van het Marktwezen verdedigt de huidige verdeling van vis onder kooplieden. Hij betoogt dat het schrappen van bepaalde 'seizoen-kooplieden' de overgebleven handelaren nauwelijks financieel zou helpen (slechts circa 10 gulden bruto extra per week), terwijl de huidige regeling juist noodzakelijk is om woekerprijzen te voorkomen.
* Problematiek: Er is een structureel tekort aan vis. De Nederlandsche Visscherijcentrale levert minder dan toegezegd. Dit leidt tot een lage omzet voor de kleine handelaren.
* Sociale aspecten: De brief benadrukt het "algemeen belang". De gereguleerde distributie is ingevoerd omdat in het verleden (voor de regeling) vis alleen voor de rijken beschikbaar was tegen illegale prijzen. De huidige prijsbeheersing moet vis voor de gewone bevolking beschikbaar houden.
* Terminologie: Termen als "bona fide handel" en "Prijsbeheersching" wijzen op een sterk gereguleerde oorlogseconomie waarin de overheid grip probeert te krijgen op de zwarte markt. * Historische context: Het document dateert uit juli 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de voedselschaarste toe en werden steeds meer producten 'op de bon' gezet of via strikte contingenten verdeeld.
* Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze tijd de NSB'er Christopher J.W.A. de Groot. Hij was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in een stad die kampte met grote tekorten.
* Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie die de volledige controle over de visvangst en -distributie moest uitoefenen. In de praktijk werd veel vis naar Duitsland afgevoerd, wat de tekorten in steden als Amsterdam verklaart.
* Zwarte Handel: Aal (paling) was een luxeproduct dat zeer gewild was op de zwarte markt. De strijd tegen prijsopdrijving was een voortdurend punt van zorg voor de gemeentelijke diensten.

Samenvatting

  • Kern van het betoog: De directeur van het Marktwezen verdedigt de huidige verdeling van vis onder kooplieden. Hij betoogt dat het schrappen van bepaalde 'seizoen-kooplieden' de overgebleven handelaren nauwelijks financieel zou helpen (slechts circa 10 gulden bruto extra per week), terwijl de huidige regeling juist noodzakelijk is om woekerprijzen te voorkomen.
  • Problematiek: Er is een structureel tekort aan vis. De Nederlandsche Visscherijcentrale levert minder dan toegezegd. Dit leidt tot een lage omzet voor de kleine handelaren.
  • Sociale aspecten: De brief benadrukt het "algemeen belang". De gereguleerde distributie is ingevoerd omdat in het verleden (voor de regeling) vis alleen voor de rijken beschikbaar was tegen illegale prijzen. De huidige prijsbeheersing moet vis voor de gewone bevolking beschikbaar houden.
  • Terminologie: Termen als "bona fide handel" en "Prijsbeheersching" wijzen op een sterk gereguleerde oorlogseconomie waarin de overheid grip probeert te krijgen op de zwarte markt.

Historische Context

  • Historische context: Het document dateert uit juli 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode nam de voedselschaarste toe en werden steeds meer producten 'op de bon' gezet of via strikte contingenten verdeeld.
  • Bestuur: De "Wethouder voor de Levensmiddelen" in Amsterdam was in deze tijd de NSB'er Christopher J.W.A. de Groot. Hij was verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in een stad die kampte met grote tekorten.
  • Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC): Dit was een tijdens de bezetting opgerichte organisatie die de volledige controle over de visvangst en -distributie moest uitoefenen. In de praktijk werd veel vis naar Duitsland afgevoerd, wat de tekorten in steden als Amsterdam verklaart.
  • Zwarte Handel: Aal (paling) was een luxeproduct dat zeer gewild was op de zwarte markt. De strijd tegen prijsopdrijving was een voortdurend punt van zorg voor de gemeentelijke diensten.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26