Officiële brief/correspondentie.
Origineel
Officiële brief/correspondentie. 24 juni 1942. Briefhoofd:
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
ADELHEIDSTRAAT 300 'S-GRAVENHAGE
678 (handgeschreven rechtsboven)
Referentiegegevens:
AFD. Verd. 'S-GRAVENHAGE, 24 Juni 194 2.
Betreffende schrijven van G. Franssen, Amsterdam.
Bericht op schrijven van 10/6 '42 Bij antwoord vermelden: No. 12957/V/dGr.
Bijlagen 1 stuks, t.w.: afschrift schrijven van Fa. Wed. G. Franssen, Amsterdam.
Stempel:
NO 46a/3981, M. 1942 24/6
Geadresseerde:
Den Heer Directeur van den Vischafslag te AMSTERDAM.-
Inhoud:
Bijgaand ontvangt U een afschrift van een schrijven van de firma Wed. G. Franssen, 2e Kostverlorenkade 140 II, Amsterdam. De Nederlandsche Visscherijcentrale zal het op prijs stellen, indien U haar ter zake van advies zult willen dienen.
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
(ondertekend) J. van Alten
Secretaris
Handgeschreven notities (links):
Hoewel mevr. Gieskes-Franssen nimmer zelfstandig met visch heeft gewerkt, heeft de commissie, rekening houdende dat haar man, die voorheen wel heeft gedaan, haar als weduwe een enkel toewijzing zoetwater-visch en een enkele toewijzing levend aal en bovendien nog ongev. garnalen toegekend. Of toewijzing op grote schaal mocht zij geen aanspraak. Haar geheel toewijzing is een gunst.
Go. 2-7-42 d. Haar.
Voettekst:
POSTGIROREKENING 245271 - TELEGRAMADRES: NEDVISCEN - TELEFOON 720080 - INTERCOMM. XX
VOOR AFDEELING DISTRIBUTIE EN VISCHVERVOER TELEFOON 720060, TOESTEL 674, EN 722641
(A) 23501 - '42 - K 1683 De brief is een formeel verzoek van de Nederlandsche Visscherijcentrale aan de directeur van de visafslag in Amsterdam om advies betreffende een schrijven van de firma Wed. G. Franssen. Uit de handgeschreven kanttekeningen blijkt dat het gaat om een verzoek van een weduwe (Mevr. Gieskes-Franssen) om vis-toewijzingen. De aantekening specificeert dat zij zelf geen ervaring heeft, maar dat er uit coulance (als gunst) beperkte toewijzingen zijn gedaan voor zoetwatervis, aal en garnalen, gebaseerd op de achtergrond van haar overleden echtgenoot. Er wordt expliciet vermeld dat zij geen recht heeft op toewijzingen op grotere schaal. Dit document stamt uit juni 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale was in die tijd verantwoordelijk voor de distributie en regulering van vis, een schaars goed door de oorlogsomstandigheden en distributiemaatregelen (rantsoenering). Het systeem van toewijzingen was streng gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie om de voedselvoorraad te controleren. De persoonlijke situatie van de aanvrager (de status van weduwe) speelde hierbij blijkbaar een rol in de gunfactor, maar de regels voor bedrijfsmatige toewijzingen bleven rigide. G. Franssen J. van Alten