Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 237
Dossier 109
Jaar 1942
Stadsarchief

Handgeschreven brief (verzoekschrift).

22 juni 1942.

Origineel

Handgeschreven brief (verzoekschrift). 22 juni 1942. Amsterdam 22 Junij 1942

Wel Edelen Heer

Na verloop van Tijd en wij
graag nog wat willen verdienen
ben ik zoo vrij uw te vragen
hoe de W.C. Ruiterkade niet
geopend moeten zijn op een
markt van volk. Ik heb 15 1/2
jaar die dienst waargenomen
Ik verdiende toen 7.50 per week
ik had een winkeltje zoodat
wij er konden komen. Maar nu
is er 9.25 steun zoodat wij in deze
tijd te gronden gaan. Er is
nooit voor mij geplakt zoodat
wij geen ouderdomsrente hebben * Taal en spelling: De brief is geschreven in het Nederlands met spelling die kenmerkend is voor die tijd (bijv. "Junij", "zoodat"). De zinsbouw is enigszins informeel en getuigt van een bescheiden afkomst.
* Inhoud: De afzender vraagt zich af waarom de toiletten aan de Ruiterkade (waarschijnlijk De Ruijterkade bij het Centraal Station) niet open zijn, zeker gezien de drukte ("markt van volk"). De schrijver heeft dit werk 15,5 jaar gedaan.
* Financiële situatie: De schrijver schetst een somber beeld van de persoonlijke financiën. Voorheen verdiende men 7,50 gulden per week, aangevuld met inkomsten uit een winkeltje. Nu moet men rondkomen van een "steun" (sociale uitkering) van 9,25 gulden, wat in oorlogstijd onvoldoende is ("te gronden gaan").
* Sociale zekerheid: De cruciale zin "Er is nooit voor mij geplakt" verwijst naar het systeem van de Invaliditeits- en Ouderdomswet, waarbij werkgevers zegels moesten plakken voor de pensioenopbouw. Omdat dit niet is gebeurd, heeft de schrijver geen recht op ouderdomsrente. Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (juni 1942). In deze periode nam de schaarste toe en werd de economische situatie voor veel Amsterdammers precair. De "steun" was een vorm van armenzorg die onder streng toezicht stond. De Ruijterkade was een druk knooppunt met veel doorloop van reizigers en marktkooplieden, waardoor het beheer van een openbaar toilet een bescheiden maar stabiele bron van inkomsten kon zijn. De administratieve stempels suggereren dat de brief is behandeld door een gemeentelijke instantie, mogelijk de Gemeentelijke Verzorging van de Volkshuisvesting (G.V.V.) of een aanverwante sociale dienst.

Samenvatting

  • Taal en spelling: De brief is geschreven in het Nederlands met spelling die kenmerkend is voor die tijd (bijv. "Junij", "zoodat"). De zinsbouw is enigszins informeel en getuigt van een bescheiden afkomst.
  • Inhoud: De afzender vraagt zich af waarom de toiletten aan de Ruiterkade (waarschijnlijk De Ruijterkade bij het Centraal Station) niet open zijn, zeker gezien de drukte ("markt van volk"). De schrijver heeft dit werk 15,5 jaar gedaan.
  • Financiële situatie: De schrijver schetst een somber beeld van de persoonlijke financiën. Voorheen verdiende men 7,50 gulden per week, aangevuld met inkomsten uit een winkeltje. Nu moet men rondkomen van een "steun" (sociale uitkering) van 9,25 gulden, wat in oorlogstijd onvoldoende is ("te gronden gaan").
  • Sociale zekerheid: De cruciale zin "Er is nooit voor mij geplakt" verwijst naar het systeem van de Invaliditeits- en Ouderdomswet, waarbij werkgevers zegels moesten plakken voor de pensioenopbouw. Omdat dit niet is gebeurd, heeft de schrijver geen recht op ouderdomsrente.

Historische Context

Deze brief is geschreven tijdens de Duitse bezetting van Nederland (juni 1942). In deze periode nam de schaarste toe en werd de economische situatie voor veel Amsterdammers precair. De "steun" was een vorm van armenzorg die onder streng toezicht stond. De Ruijterkade was een druk knooppunt met veel doorloop van reizigers en marktkooplieden, waardoor het beheer van een openbaar toilet een bescheiden maar stabiele bron van inkomsten kon zijn. De administratieve stempels suggereren dat de brief is behandeld door een gemeentelijke instantie, mogelijk de Gemeentelijke Verzorging van de Volkshuisvesting (G.V.V.) of een aanverwante sociale dienst.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26