Handgeschreven notitie of rapportage.
Origineel
Handgeschreven notitie of rapportage. voor de Vischmarkt naar een
A’damschen woeker zendt.
Bij het ontvangst van deze laatste
partij was aanwezig de klein-
handelaar Johan Jansen, waarbij
de indruk werd gewekt, dat
deze aal voor Jansen was be-
stemd. Op genoemden dag
heeft Zwarthoer geen pond
aal aan de gem. Vischmarkt
geleverd!
DD.
(onderstreept in rood) * Inhoud: Het document betreft een observatie van een vermoedelijke illegale handelstransactie. Er wordt melding gemaakt van een partij aal (paling) die vanuit Amsterdam ("A'damschen woeker") werd verzonden. Hoewel de zending formeel voor de gemeentelijke vismarkt bestemd had moeten zijn, suggereert de schrijver dat de vis direct naar de kleinhandelaar Johan Jansen ging. De bewijsvoering hiervoor is dat de visser/handelaar Zwarthoer die dag niets officieel heeft afgeleverd bij de gemeentelijke vismarkt.
* Sleutelfiguren:
* Johan Jansen: Een kleinhandelaar die de vis direct in ontvangst lijkt te nemen.
* Zwarthoer: Een achternaam die zeer typerend is voor Volendam, wat suggereert dat de setting een vissersplaats aan het IJsselmeer is.
* DD: De onbekende rapporteur of controleur.
* Terminologie: Het gebruik van het woord "woeker" (woekeraar of zwarte handelaar) is cruciaal. Het duidt op handelaren die buiten de officiële distributiekanalen om goederen tegen veel te hoge prijzen verkochten. Dit document stamt zeer waarschijnlijk uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de oorlog was er sprake van strikte distributie en prijsbeheersing van voedsel. De "Crisis Controle Dienst" (CCD) en andere instanties hielden toezicht op de handel om de "zwarte markt" tegen te gaan.
In vissersplaatsen zoals Volendam werd vis vaak onder de toonbank verkocht of direct naar de zwarte markt in Amsterdam gesluisd, in plaats van via de officiële gemeentelijke visafslag of markt. Deze notitie lijkt een intern rapportje of een verklikkersbriefje aan een controlerende instantie over dergelijke praktijken. De nadruk op het feit dat er "geen pond aal" officieel geleverd was, diende als bewijslast voor economische fraude in oorlogstijd.