Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 295
Dossier 107
Jaar 1942
Stadsarchief

Archiefdocument

2 juli 1942

Origineel

2 juli 1942 [Linksboven:]
No 46A/425/1

[Midden boven:]
M. 1942 2-Juli 1942

[Rechtsboven:]
C/12297
Sectie II
Controle
A. Hoogland
577

[Inhoud:]
H. Bootsma
Monnickendam Kloosterdijk 9
Vrachtrijder
Ontvangen gerookte paling uit
Harderwijk via Amsterdam.

——— R.D. 1453-27-’42

Door eenen Controleur en ondergetekende is
geconstateerd dat voor het Spoorwegstation
de N.S. op 2-7-’42 te 23.40 uur is afgehaald
een zending van 11 kistjes, elk 9 à 6 kg gerookte
aal en paling voor H. Bootsma te Monnickendam
deze waren geadresseerd aan zijn adres te
M.dam Kloosterdijk 9 doch waren te Adam
onder afgehaald.

De zending is afkomstig van de fa.
Stoppelen, rooker te Harderwijk. (Opneming)
dit is reeds eerder gebeurd n.l. op 27-6-’42, 9 kistjes.
Toen is er gewacht tot 21.15, doch transport is
nog niet afgehaald. Door den helper werd geschreven
n. Monnickendam, toen niet tot inbeslagname werd
overgegaan daar de zending niet van belang was.
den heer H. Bootsma is een bekende van de
Dorp 7/10 en trachten te staan onder Ned. Voedselvoorz.
Kan Bootsma hiervoor worden vervolgd?
Mag Stoppelen te Harderwijk leveren?

Bij een gemaakt onderzoek van de zending zal
wederom gepost worden om te controleeren of deze
in de juiste handen naar Monnickendam gaat of in
Adam blijft staan, in het laatste geval zal worden
opgetreden.

Aan de Recherche
Markthallen
Amsterdam

de onderteekenaar afschrift
A. Hoogland
577

[Marginale aantekening links:]
Gezien
22-7-’42
[Initialen/Handtekening] Dit document is een ambtelijk rapport van een controleur (A. Hoogland, nummer 577) van de voedselvoorziening of de politie, gedateerd 2 juli 1942. Het rapport betreft de onderschepping of observatie van een aanzienlijke hoeveelheid gerookte paling (11 kisten, totaal circa 60 tot 100 kg) die door vrachtrijder H. Bootsma uit Monnickendam werd afgehaald bij een spoorwegstation in Amsterdam.

De kern van de verdenking is dat deze zending, afkomstig uit Harderwijk, weliswaar geadresseerd was aan Monnickendam, maar in Amsterdam werd afgehaald. Dit wijst op handel buiten de officiële kanalen om (zwarte handel). De controleur merkt op dat dit een herhaald voorval is en stelt de juridische vraag of de vervoerder (Bootsma) en de leverancier (Firma Stoppelen uit Harderwijk) hiervoor vervolgd kunnen worden.

Het rapport eindigt met het voornemen om de zending te blijven schaduwen ("gepost worden") om te zien of de paling daadwerkelijk naar Monnickendam gaat of in de Amsterdamse zwarte handel verdwijnt. Indien het in Amsterdam blijft, zal er tot actie (arrestatie/inbeslagname) worden overgegaan. Het document dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem onder toezicht van de Nederlandsche Voedselvoorziening.

Luxe goederen zoals paling waren zeer gewild op de zwarte markt, waar prijzen vele malen hoger lagen dan de vastgestelde maximumprijzen. De Duitse bezetter en de Nederlandse collaborerende instanties probeerden deze illegale handel streng te beteugelen, deels om de eigen voedselvoorziening (en die van Duitsland) veilig te stellen, en deels om economische controle te behouden. Dit rapport illustreert de fijnmazige bureaucratische controle en de voortdurende strijd tegen de zwarte handel in die tijd. De vermelding van de "Markthallen Amsterdam" als ontvanger van het rapport is logisch, aangezien dit het centrale punt was voor de voedseldistributie en controle in de hoofdstad.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk rapport van een controleur (A. Hoogland, nummer 577) van de voedselvoorziening of de politie, gedateerd 2 juli 1942. Het rapport betreft de onderschepping of observatie van een aanzienlijke hoeveelheid gerookte paling (11 kisten, totaal circa 60 tot 100 kg) die door vrachtrijder H. Bootsma uit Monnickendam werd afgehaald bij een spoorwegstation in Amsterdam.

De kern van de verdenking is dat deze zending, afkomstig uit Harderwijk, weliswaar geadresseerd was aan Monnickendam, maar in Amsterdam werd afgehaald. Dit wijst op handel buiten de officiële kanalen om (zwarte handel). De controleur merkt op dat dit een herhaald voorval is en stelt de juridische vraag of de vervoerder (Bootsma) en de leverancier (Firma Stoppelen uit Harderwijk) hiervoor vervolgd kunnen worden.

Het rapport eindigt met het voornemen om de zending te blijven schaduwen ("gepost worden") om te zien of de paling daadwerkelijk naar Monnickendam gaat of in de Amsterdamse zwarte handel verdwijnt. Indien het in Amsterdam blijft, zal er tot actie (arrestatie/inbeslagname) worden overgegaan.

Historische Context

Het document dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng distributiesysteem onder toezicht van de Nederlandsche Voedselvoorziening.

Luxe goederen zoals paling waren zeer gewild op de zwarte markt, waar prijzen vele malen hoger lagen dan de vastgestelde maximumprijzen. De Duitse bezetter en de Nederlandse collaborerende instanties probeerden deze illegale handel streng te beteugelen, deels om de eigen voedselvoorziening (en die van Duitsland) veilig te stellen, en deels om economische controle te behouden. Dit rapport illustreert de fijnmazige bureaucratische controle en de voortdurende strijd tegen de zwarte handel in die tijd. De vermelding van de "Markthallen Amsterdam" als ontvanger van het rapport is logisch, aangezien dit het centrale punt was voor de voedseldistributie en controle in de hoofdstad.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26