Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 20 juni 1942. M.M. van der Dungen-van der Horst en Schoumann Blok. [Linksboven, handgeschreven/stempels:]
No 46a/432/1 M. 1942 9/7
46a/432/2 [Paraaf/onleesbaar]
[Rechtsboven:]
Amsterdam. 20/6/'42
Geachte Heer
Met deze doe ik u nog eens een ernstig verzoek
of het niet mogelijk is ons meerdere toewijzing te
geven op andere soorten visch. Zoovals u weet zijn wij
alleen aangewezen op garnalen. Bij een betere toevoer
zou het mogelijk zijn om brood er mee te
verdienen. Maar nu is dat niet mogelijk, door
de algeheele toewijzing op de letter. En er is
altijd ook veel last om met de andere kooplui.
Zoo ik het nu in de laatste weken heb meugemaakt
dat de andere menschen van alle toewijzingen
genieten en daardoor hun brood kunnen verdienen
is het voor ons toch ook wel mogelijk als die
paar misdeelde die wij zijn wat tegemoet te
komen En dan is er volgens mij veel last verholpen
Ook wil ik u ook mededeelen dat mijn vrouw nu
al een half jaar in een zenuwinrichting ligt doordat
wij zoo moeite hebben. Gaarne had ik dat u
hier eens goed nota van nam en ons weer te redden
en het gezin weer op richten
Willemstraat 110 II Hoogachtend
Willemstraat 110
of Palmstraat 9 3 II M.M. v/d Dungen v/d Horst
Amsterd. en Schoumann Blok. De schrijver van de brief verkeert in een wanhopige financiële en persoonlijke situatie. Als kleine visverkopers zijn zij door het distributiestelsel enkel aangewezen op de verkoop van garnalen. Omdat de toevoer hiervan onvoldoende is en de regels ("op de letter") streng worden nageleefd, kunnen zij niet in hun levensonderhoud voorzien.
Er spreekt een gevoel van onrechtvaardigheid uit de brief: andere kooplieden zouden wel ruimere toewijzingen krijgen voor diverse soorten vis. De persoonlijke nood is hoog; de echtgenote van de schrijver is opgenomen in een "zenuwinrichting" (psychiatrische instelling), wat direct wordt geweten aan de stress en armoede door het gebrek aan inkomsten. De taal is eenvoudig en deels fonetisch gespeld ("meugemaakt", "op richten"), wat duidt op een afzender uit de arbeidersklasse. De brief is geschreven in juni 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was bijna de volledige voedselvoorziening onderworpen aan een streng distributiesysteem om tekorten te beheersen. Handelaren waren afhankelijk van officiële "toewijzingen" om goederen te mogen inkopen en verkopen.
De adressen (Willemsstraat en Palmstraat) bevinden zich in de Jordaan in Amsterdam, een wijk die in die tijd zwaar getroffen werd door armoede en de beperkingen van de bezetter. De brief is een voorbeeld van de vele individuele smeekbedes die in die jaren aan overheidsinstanties werden gericht in een poging om te overleven in een steeds verstikkender bureaucreatie. Rijksbureau