Ambtsverslag/Rapport van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD).
Origineel
Ambtsverslag/Rapport van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD). 2 juli 1942. Een ambtenaar van de CCCD (ondergetekende, samen met controleur A. Voorlander). De Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam. № 46a/433/1 M. 1942 2/7
Centrale-Crisis-Controledienst.
[Handtekening onleesbaar]
729.
IJmuiden 2. Juli 1942
Aan de Inspecteur v/h marktwezen
te Amsterdam.
Onderzoek inzake clandestiene verkoop van gerookte aal, door L. Jansen.
In opdracht van den Hr. Visscher, Dl. v. d. te Amsterdam, hebben controleur A. Voorlander en ondergetekende een onderzoek ingesteld, welke de volgende resultaten hebben gehad.
Op 23/6 - 24/6 - 29/6 en 30/6 hebben wij in de omgeving van de woning van L. Jansen, Prinsengracht 8 te A.dam controle gehouden, doch hebben niet kunnen constateeren, dat hij gerookte aal uit zijn woning verkocht.
Op 30 juni hebben wij een onderhoud gehad met bovengenoemde Jansen, hij deelde ons mede, geen schriftelijke bewijs te kunnen toonen, dat hij ingeschreven was bij de N.V.C. wel toonde hij een vergunning van de N.V.C. voor het verhandelen van ongepelde garnalen, № vergunning 5135 en loopende van 26 Juni 1939 t/m 1 juli 1940 (dus verloope).
Tevens deelde hij ons mede, dat hij op 2 juni j.l. een mondelinge toestemming van de N.V.C. had gekregen om buiten de Gemeentelijke Visafslag te Amsterdam, zijn zoetwatervisch te betrekken en wel van de volgende Groothandelaars, Jac. Visser, K. v. d. Veen, Edelenbosch en Gebr. Klooster te Enkhuizen en van F. Tuijp te Volendam. Doch een bewijs kon hij niet toonen.
Jansen deelde ons ook mede dat genoemde Groothandelaars op 23 Juni j.l. bericht van de N.V.C. Dit document is een officieel rapport van de Centrale Crisis Controle Dienst (CCCD), opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Het verslag documenteert een onderzoek naar L. Jansen, woonachtig aan de Prinsengracht 8 in Amsterdam, die verdacht werd van de illegale (clandestiene) verkoop van gerookte paling.
Hoewel de controleurs de woning gedurende vier dagen observeerden, konden zij geen daadwerkelijke verkopen vaststellen. Uit het daaropvolgende verhoor bleek dat Jansen geen geldige papieren had voor de handel in zoetwatervis. Hij bezat enkel een verlopen vergunning voor garnalen. Jansen claimde "mondelinge toestemming" te hebben om vis rechtstreeks van groothandelaren in Enkhuizen en Volendam te kopen, buiten de officiële Amsterdamse visafslag om, maar hij kon hiervan geen bewijs overleggen.
De tekst breekt af onderaan de pagina, midden in een zin over een bericht dat de groothandelaren zouden hebben ontvangen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de voedselvoorziening in Nederland strikt gereguleerd door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten om schaarste te beheersen en de zwarte markt tegen te gaan.
* N.V.C.: De Nederlandsche Visscherij-Centrale was het orgaan dat toezicht hield op de visserijsector en vergunningen verstrekte.
* CCCD: De Centrale Crisis Controle Dienst was de opsporingsinstantie die toezag op de naleving van de distributieregels en prijsvoorschriften.
* Clandestiene handel: Handel buiten de officiële kanalen (zoals de gemeentelijke visafslag) was streng verboden. Dit rapport illustreert de nauwgezette controle op individuele handelaren en de bureaucratische druk waaronder zij stonden; zelfs voor kleine hoeveelheden vis was een waterdichte administratie vereist.