Getypt uittreksel van een officieel rapport met handgeschreven toevoeging.
Origineel
Getypt uittreksel van een officieel rapport met handgeschreven toevoeging. H. de Wolff (Controleur), namens de Directeur van het Marktwezen (waarnemend). Centraal Klachtenbureau. Behoort bij brief No.46A/441/2 M.d.d.16 Juli 1942 aan het Centraal Klachtenbureau van den Directeur van het Marktwezen.
~~UITTREKSEL RAPPORT CONTROLEUR DE WOLFF.~~
Op 27 Juni j.l. hebben Piet Vrees, Frans Visser en Piet Overloop toewijzingen gehad van respectievelijk 80 ½ kg., 40 ½ kg. levende aal en 24 ½ kg. gerookte aal.
Deze zijn bij den verkoop, juist in verband met klachten van publiek, speciaal gecontrôleerd door Politie en marktambtenaar en accoord bevonden.
De contrôleerende Agenten van Politie waren: Vermaat, Vroom en Willebrands, allen van het posthuis Westerstraat.
Amsterdam, 2 Juli 1942.
w.g. H. de Wolff.
[Handgeschreven: Voor eensluitend afschrift,]
De Directeur van het Marktwezen,
wnd. * Toewijzingen en Distributie: Het document illustreert de strikte regulering van de voedselvoorziening in Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. Visboeren (Vrees, Visser en Overloop) kregen specifieke hoeveelheden ("toewijzingen") tot op de halve kilo nauwkeurig toegewezen.
* Publieke Onvrede: De vermelding van "klachten van publiek" wijst op de sociale spanningen rondom schaarse goederen. Burgers hielden de verkoop nauwgezet in de gaten, uit angst voor vriendjespolitiek of zwarte handel.
* Toezicht en Handhaving: Om de rust te bewaren en de rechtmatigheid van de handel aan te tonen, was er direct toezicht door zowel een marktambtenaar als drie politieagenten van het posthuis aan de Westerstraat (Jordaan). Het rapport dient als officieel bewijsstuk dat de verkoop correct is verlopen ("accoord bevonden").
* Administratieve Gang van Zaken: Het uittreksel is een kopie ("Voor eensluitend afschrift") die is doorgestuurd naar het Centraal Klachtenbureau, waarschijnlijk als direct antwoord op een ingediende klacht over de betreffende verkoop op 27 juni 1942. Dit document stamt uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de schaarste aan voedsel groot en was vrijwel alles op de bon. Het "Marktwezen" was de gemeentelijke instantie die verantwoordelijk was voor het beheer van de markten en de distributie van goederen in de stad.
De genoemde locatie, het posthuis Westerstraat, bevond zich in de Jordaan, een volksbuurt waar de voedselvoorziening een kritiek punt van zorg was. Dat er drie agenten en een marktambtenaar nodig waren voor de controle op een relatief kleine partij vis (totaal ca. 145 kg), onderstreept hoe explosief de situatie rondom voedseldistributie kon zijn. De noodzaak voor de waarnemend directeur om dit rapport naar het Klachtenbureau te sturen, toont aan dat de autoriteiten de schijn van eerlijke verdeling strikt probeerden te handhaven om onrust te voorkomen.