Achterzijde van een historisch object, waarschijnlijk een foto of een klein archiefstuk.
Origineel
Achterzijde van een historisch object, waarschijnlijk een foto of een klein archiefstuk. 2^c | 33 | M.
[Onder de centrale notatie staan drie diagonale lijnen als onderstreping] * Handschrift: De notaties zijn met de hand geschreven in potlood, wat gebruikelijk is in archieven omdat dit niet doorbloedt naar de voorzijde en (indien nodig) corrigeerbaar is.
* 2^c: Dit kan duiden op een tweede exemplaar ('copy'), een subcategorie 'c', of een specifieke sectie binnen een dossier.
* | 33 |: Dit is zeer waarschijnlijk het inventarisnummer of het volgnummer van het betreffende object. De verticale strepen worden vaak gebruikt om een identificatienummer duidelijk te scheiden van overige codes.
* M.: Deze letter kan staan voor een persoonsnaam (initiaal van de archivaris), een categorisering (bijv. 'Militair', 'Map', 'Middel') of een formaataanduiding.
* Onderstreping: De drie diagonale lijnen vestigen de aandacht op het centrale nummer en dienen waarschijnlijk om aan te geven dat dit het belangrijkste referentiepunt is voor sortering. Dit soort achterzijde-notaties is kenmerkend voor de werkwijze in fotoarchieven en documentatiecentra uit het midden van de 20e eeuw. Voordat digitale catalogisering bestond, waren deze handgeschreven codes de enige manier om een fysiek object te koppelen aan een beschrijving in een kaartsysteem of inventarislijst. Het uiterlijk van het papier en de kartelrand suggereren een object uit de periode 1940-1960.