Archief 745
Inventaris 745-384
Pagina 389
Dossier 100
Jaar 1942
Stadsarchief

Getypt verslag/rapport op papier.

Origineel

Getypt verslag/rapport op papier. R A P P O R T .

Naar aanleiding van den brief van den Centra-
len Crisis Contrôle Dienst te 's-Gravenhage, rap-
porteer ik U het volgende.

Door mij is nimmer aan C. Mooyer mondeling
toestemming verleend om aan handelaren te Amster-
dam visch te leveren buiten den afslag om.

Naar mij bekend is Mooyer naar aanleiding van
opgemelde leveringen door een ambtenaar van den
Centrale Crisis Contrôle Dienstproces-verbaal
aangezegd.

In verband daarmede wendde Mooyer zich tot
mij met het verzoek, om den contrôleambtenaar te
willen mededeelen, dat hij te goeder trouw heeft
gehandeld.

Ik heb toen aan Mooyer toegestaan, zich met
den Centralen CrisiskContrôle Dienst te verstaan
teneinde den ambtenaar uit te noodigen, om alvo-
rens het proces-verbaal te laten doorgaan, zich
met mij in verbinding te stellen. Ik meen inder-
daad, dat Mooyer niet opzettelijk een overtreding
heeft begaan. Wat is namelijk het geval?

Bij de bespreking tusschen den Heer Haasnoot,
Directeur van de Nederlandsche Visscherijcentrale
en de Volendammers, inzake het uitschakelen van de
Volendammers van de verdeeling, welke bespreking
door mij werd bijgewoond, werd aan Mooyer toege-
staan, zijn ttoewijzing van aal en zoetwatervisch
van de verschillende afslagen in ontvangst te mo-
gen blijven nemen. Voor dat de winkeliers in de
verdeeling werden opgenomen, werd door Mooyer, de
aan hem toegewezen zoetwatervisch doorgeleverd aan
de winkels van de fam. Mooyer.

Bij deze bespreking werd er door mij op aan-
gedrongen, dat de Volendammers, nu zij hun aal
op Volendam zouden ontvangen, van de verdeeling
van zoetwatervisch zouden worden uitgesloten.

De Heer Haasnoot en de Volendammers gingen
daarmede accoord.

Mooyer xxxxx die echter zijn eigen toewij-
zing mocht behouden, meende nu ook, evenals voor-
heen, de opgemelde winkels van zoetwatervisch te
mogen blijven voorzien.

Deze zienswijze van Mooyer was verkeerd, doch
ik herhaal, dat aangenomen kan worden, dat Mooyer
niet opzettelijk in overtreding is geweest.

Thans wordt door Mooyer de zoetwatervisch
niet meer aan de winkels geleverd, doch op den
afslag gebracht.

Rekening houdende met het feit, dat C. Mooyer
steeds heeft medegewerkt om de verdeeling * Kernboodschap: De auteur van het rapport (waarschijnlijk een lokale autoriteit of opzichter) verdedigt C. Mooyer tegen een aangezegd proces-verbaal van de Crisis Contrôle Dienst. Hij stelt dat Mooyer niet moedwillig de regels overtrad, maar handelde uit een verkeerde interpretatie van nieuwe afspraken over visdistributie.
* Context van de overtreding: Mooyer leverde zoetwatervisch direct aan de winkels van zijn familie zonder deze eerst via de officiële visafslag te verhandelen, wat strikt verboden was onder de toen geldende crisiswetgeving.
* Argumentatie: Er wordt verwezen naar een eerdere bespreking met de directeur van de Visscherijcentrale waarin nieuwe regels voor "de Volendammers" werden vastgesteld. Mooyer dacht onterecht dat zijn uitzonderingspositie (het behouden van zijn eigen toewijzing) hem toestond de oude werkwijze voort te zetten. * Historische periode: Dit document stamt uit de periode van de economische crisis in de jaren '30 of de Tweede Wereldoorlog. De Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCD) werd in 1934 opgericht om de naleving van de Crisis-Landbouwwet te controleren en werd tijdens de bezetting intensief ingezet om de distributie van schaarse goederen (waaronder vis) en de zwarte handel te reguleren.
* Visserijregulering: Om een eerlijke voedselvoorziening te garanderen, was het verplicht om alle gevangen vis via de officiële afslagen te verhandelen. "Buiten de afslag om" leveren werd gezien als een economisch delict.
* Geografische focus: De tekst noemt specifieke locaties ('s-Gravenhage, Amsterdam, Volendam) die essentieel waren voor de Nederlandse visserij en de controle daarop. De familie Mooyer is tot op de dag van vandaag een bekende naam in de Volendamse visserijwereld.

Samenvatting

  • Kernboodschap: De auteur van het rapport (waarschijnlijk een lokale autoriteit of opzichter) verdedigt C. Mooyer tegen een aangezegd proces-verbaal van de Crisis Contrôle Dienst. Hij stelt dat Mooyer niet moedwillig de regels overtrad, maar handelde uit een verkeerde interpretatie van nieuwe afspraken over visdistributie.
  • Context van de overtreding: Mooyer leverde zoetwatervisch direct aan de winkels van zijn familie zonder deze eerst via de officiële visafslag te verhandelen, wat strikt verboden was onder de toen geldende crisiswetgeving.
  • Argumentatie: Er wordt verwezen naar een eerdere bespreking met de directeur van de Visscherijcentrale waarin nieuwe regels voor "de Volendammers" werden vastgesteld. Mooyer dacht onterecht dat zijn uitzonderingspositie (het behouden van zijn eigen toewijzing) hem toestond de oude werkwijze voort te zetten.

Historische Context

  • Historische periode: Dit document stamt uit de periode van de economische crisis in de jaren '30 of de Tweede Wereldoorlog. De Centralen Crisis Contrôle Dienst (CCD) werd in 1934 opgericht om de naleving van de Crisis-Landbouwwet te controleren en werd tijdens de bezetting intensief ingezet om de distributie van schaarse goederen (waaronder vis) en de zwarte handel te reguleren.
  • Visserijregulering: Om een eerlijke voedselvoorziening te garanderen, was het verplicht om alle gevangen vis via de officiële afslagen te verhandelen. "Buiten de afslag om" leveren werd gezien als een economisch delict.
  • Geografische focus: De tekst noemt specifieke locaties ('s-Gravenhage, Amsterdam, Volendam) die essentieel waren voor de Nederlandse visserij en de controle daarop. De familie Mooyer is tot op de dag van vandaag een bekende naam in de Volendamse visserijwereld.

Kooplieden in dit dossier 4

Brasem (blei), meun, sneep en winde boven 1/2 kg Barbeel en kroeskarper Waterlooplein 0,41
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,30
Voorn en kolblei 250 gram en zwaarder en serpeling Waterlooplein 0,30
B. Gramsteman Waterlooplein 0,26