Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief (doorslag op dun papier) met handgeschreven kanttekeningen. 29 juli 1942. De waarnemend Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde Amsterdamse distributiedienst). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. [Handgeschreven in blauwe inkt, rechtsboven:]
Inh. M. de Boer
copy M.v. Reurs
[Handgeschreven in paars potlood, midden boven:]
Muurden 29/7 '42 [?]
[Typemachine tekst:]
46A/466/1 M. VD/HB.
29 Juli 1942.
aanvoer aal
Volendammers.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer beleefd Uw aandacht voor het
volgende te vragen.
De Volendammer kleinhandelaren, die hun toewijzing aal
in Volendam ontvangen, doch deze op de markten te Amsterdam
moeten verkoopen, voeren hun toewijzing vrijwel nimmer in
levenden, doch bijna steeds in gerookten toestand aan. Aan-
gezien ik dit niet in het algemeen belang acht van de voed-
selvoorziening van Amsterdam en een en ander trouwens naar
mijn meening in strijd is met de desbetreffende bepaling van
het 2e Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941, wel
ke luidt: " Kleinhandelaren mogen slechts na verkregen toe-
stemming van of vanwege de Centrale een daarbij aan te geven
gedeelte van de hun bij de verdeeling toegewezen visch doen
rooken bij een door de Centrale aangewezen rookerij," geef ik
U, op grond daarvan, in overweging de Nederlandsche Vissche-
rijcentrale te verzoeken te doen zorgdragen, dat aan genoem-
de bepaling strikt de hand wordt gehouden.
Voor de goede orde merk ik hierbij op, dat tegen de klein
handelaren, die in de Amsterdamsche verdeeling zijn opgeno-
men en die de bepalingen van genoemd besluit overtreden, di-
rect kan worden opgetreden onder andere door hen van de ver-
deeling uit te sluiten; tegen de Volendammers kan evenwel
van Gemeentewege niet rechtstreeks worden opgetreden.
De Directeur,
wnd. In deze brief beklaagt de waarnemend directeur zich bij de wethouder over de werkwijze van Volendamse palinghandelaren op de Amsterdamse markten. Het kernprobleem is dat deze handelaren hun toegewezen porties aal niet levend aanvoeren, maar reeds gerookt.
Volgens de schrijver is dit in strijd met het Visscherijbesluit 1941, dat stelt dat vis alleen gerookt mag worden bij aangewezen rokerijen en na uitdrukkelijke toestemming van de "Centrale". De directeur wijst op een handhavingsprobleem: Amsterdamse handelaren die de regels overtreden kunnen door de gemeente gestraft worden (bijvoorbeeld door uitsluiting van de visdistributie), maar de gemeente heeft geen directe macht over handelaren die hun toewijzing buiten de stad (in dit geval in Volendam) ontvangen. Hij verzoekt de wethouder daarom om de Nederlandsche Visscherijcentrale in te schakelen om de regels in Volendam strenger te handhaven. De brief dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode volledig gecentraliseerd en aan strikte distributieregels onderworpen om schaarste te beheersen en de zwarte handel te bestrijden.
De "Centrale" waar naar verwezen wordt (de Nederlandsche Visscherijcentrale), was een overheidsorgaan dat door de bezetter was ingesteld of overgenomen om de gehele visserijketen te controleren, van vangst tot verkoop. Het verbod op het eigenhandig roken van vis diende waarschijnlijk om de totale hoeveelheid geproduceerd voedsel beter te kunnen controleren en te voorkomen dat vis buiten het officiële distributiesysteem om werd verkocht. Gerookte vis is immers langer houdbaar en makkelijker illegaal te verhandelen dan levende vis. Dit document illustreert de bureaucratische frictie tussen verschillende overheidsniveaus en instanties tijdens de oorlogsjaren.