Officiële correspondentie (kopie of doorslag).
Origineel
Officiële correspondentie (kopie of doorslag). 8 september 1942. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte) en de Gemeentesecretaris (J.F. Franken). Directeur van de Nederlandsche Visscherij Centrale, Den Haag. [Stempel linksboven:]
Nº 46a/466/4 M. 1942 10/9
[Handgeschreven rechtsboven:]
Marktw [mogelijk: Marktwezen]
Aan den Directeur van de
Nederlandsche Visscherij Centrale,
Juliana van Stolbergplein 3-4,
's-G R A V E N H A G E.
L.M. 259
-1942-
[Handgeschreven paraaf/notitie:]
w/
m. i. du.
8 September 1942.
Hierbij vraag ik Uw aandacht voor het volgende.
Gelijk U bekend is, moeten de Volendammer kleinhandelaren de visch, die zij in Volendam toegewezen krijgen, op de markten hier ter stede verkoopen. Zij voeren de hun toegewezen visch vrijwel nimmer levend, doch steeds gerookt aan. Ik acht dit niet in het belang van de vischvoorziening van de bevolking. Een en ander is ook in strijd met het bepaalde in het 2de Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941. De betreffende bepaling luidt: "Kleinhandelaren mogen slechts na verkregen toestemming door of vanwege de Centrale, een daarbij aan te geven gedeelte van de hun bij de verdeeling toegewezen visch doen rooken bij een door de Centrale aangewezen rookerij.
In verband met het bovenstaande richt ik tot U het verzoek maatregelen te nemen, die er toe leiden, dat aan bovenbedoelde bepaling de hand wordt gehouden.
VM [Initialen typist] De Burgemeester van Amsterdam,
(get.) Voûte
de Gemeentesecretaris,
(get.) J. F. FRANKEN
[Handgeschreven aantekeningen linksonder:]
vp
466/1 m.v.p.
| Zie bijblad 46a/466/2 1942 25/8
Zie ons schrijven 46a/466/3 1942 4/9 In deze brief beklaagt de Amsterdamse burgemeester Edward Voûte zich bij de landelijke Visscherij Centrale over de handelwijze van Volendammer visboeren op de Amsterdamse markten. In plaats van verse ("levende") vis aan te bieden, verkopen zij vrijwel uitsluitend gerookte vis.
Volgens de burgemeester is dit nadelig voor de voedselvoorziening van de Amsterdamse bevolking, die behoefte heeft aan verse vis. Bovendien wijst hij op de juridische kaders van de bezetter: het Visscherijbesluit van 1941 stelde dat vis alleen gerookt mocht worden met expliciete toestemming en bij aangewezen rokerijen. De Volendamse handelaren lijken deze regels te omzeilen, waarschijnlijk omdat gerookte vis langer houdbaar is of een hogere winstmarge oplevert in tijden van schaarste. De burgemeester verzoekt om strikte handhaving van de regels. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De voedselvoorziening was in 1942 een kritiek punt door toenemende tekorten en de invoering van het distributiestelsel.
- Edward Voûte: Was de door de Duitsers benoemde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hoewel hij geen NSB-lid was, was hij een collaborerend ambtenaar die de Duitse verordeningen nauwgezet uitvoerde.
- Nederlandsche Visscherij Centrale (NVC): Dit was een tijdens de bezetting opgericht orgaan (onderdeel van de Voedselvoorzieningsorganisatie) dat de volledige controle over de visserijsector had, van vangst tot distributie.
- Regulering: De brief illustreert de verstikkende bureaucratie en controle tijdens de oorlog. Zelfs de vorm waarin vis werd aangeboden (vers versus gerookt) werd centraal geregeld om de schaarse middelen zo efficiënt mogelijk over de bevolking te verdelen en zwarte handel tegen te gaan. De verwijzingen onderaan de brief naar eerdere correspondentie tonen aan dat dit een langer lopend dossier was in de zomer van 1942.