Afschrift van een verzoekschrift met daarop een ambtelijke kanttekening.
Origineel
Afschrift van een verzoekschrift met daarop een ambtelijke kanttekening. No 46A/480/ 1 M. 1942 28/7.
No.680 L.M. 1942 25/7 WM.
A F S C H R I F T .
Aan den Weled.Zeergeleerde Heer
Dr Strak,
Wethouder der Gemeente
Amsterdam.
Geeft met verschuldigde eerbied te kennen:
Piet Vrees,vischhandelaar wonende te Amsterdam aan de Korte Prinsengracht
No.25/1;
dat hij sinds tientallen jaren in bovengemeld bedrijf is;
dat hij geregelt en op allen tijden aanwezig is op de vischafslag; dat hij
ook aanwezig was op Zondag 5 Juli j.l. en dat zijn naam toen is afgeroepen
voor zijn toewijzing in ontvangst te nemen te weten 20 pond gerookte aal
dat hij dit niet zoo vlug verstaan had niettegenstaande zijn aanwezigheid
en voor straf deze toewijzing voorbij heeft moeten laten gaan; terwijl deze
gerookte aal nog aanwezig was:
dat, terwijl hij dit altijd heeft verkocht en verhandelt nu geen toewij-
zing voor gepelde garnalen kan bekomen en een bescheiden toewijzing voor gerook-
tte aal dat hij geregelt achteraf wordt gezet bij anderen:
dat deze handel toch ook zijn boterham is voor hem en zijn gezin:
Redenen waarom hij U beleefd verzoekt U mondeling te mogen toelichten of te
mogen spreken en hem wel alsnog de hem toekomende 20 pond groookte aal toe
te wijzen
t'welk doende enz.
Amsterdam 23 Juli 1942.
PS De leider der Landstand voor Amsterdam en Omstreken
den Heer H.Balk heeft mij dit schrijven aanbevolen
De Wethouder voor de Levensmiddelen,
Wasch.en Schoonmaak- Bad-en Zwemin-
richtingen stelt deze in handen van den
Heer Directeur van het Marktwezen om advies.
A'dam, 27 Juli 1942. In dit document beklaagt visargument Piet Vrees zich over een misgelopen toewijzing van 20 pond gerookte aal op de visafslag op 5 juli 1942. Hoewel hij aanwezig was, hoorde hij zijn naam niet tijdig vallen, waarna de toewijzing als "straf" werd ingetrokken. Vrees voert aan dat hij al decennia in het vak zit, altijd aanwezig is, en dat hij zich benadeeld voelt omdat hij ook al geen garnalen meer mag verhandelen. Hij benadrukt dat deze handel noodzakelijk is voor het levensonderhoud van zijn gezin.
Opvallend is het postscriptum: Vrees vermeldt dat H. Balk, de leider van de 'Landstand' voor Amsterdam, zijn verzoek steunt. De Wethouder voor Levensmiddelen (Dr. Strak) stuurt het verzoek vervolgens door naar de Directeur van het Marktwezen voor advies. Het document dateert uit juli 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van grote schaarste en een strikt distributiesysteem voor voedsel. De visafslag en de handel in vis stonden onder streng toezicht. Het missen van een toewijzing was voor een kleine handelaar een aanzienlijke economische tegenslag.
De vermelding van de Landstand is historisch relevant. De Nederlandsche Landstand was een door de bezetter in 1941 opgerichte nationaalsocialistische organisatie waar alle boeren en handelaren in de agrarische sector verplicht bij aangesloten moesten zijn. Dat Vrees de aanbeveling van een Landstand-leider (H. Balk) noemt, duidt erop dat hij probeerde via de nieuwe politieke machtsstructuren zijn gelijk te halen bij de gemeentelijke overheid. Wethouder Strak was in die tijd verantwoordelijk voor de voedselvoorziening in Amsterdam binnen het door de nazi's gecontroleerde bestuur.