Ambtsverslag / Rapportage betreffende een economisch delict.
Origineel
Ambtsverslag / Rapportage betreffende een economisch delict. Amsterdam, 27 juli 1942. Onbekend (vermoedelijk een inspecteur van het Marktwezen). Nº 46A / 403/1 M. 1942 20/7 [paraaf]
Amsterdam 27 juli 1942
Aan
De Directie v/h Gemeentelijke
Marktwezen van Amsterdam
Jan van Galenstr 14
te
Amsterdam
Betreffende:
Het te koop aanbieden
van gerookte aal en paling
boven den vast gestelde
max prijs.
In verband met het gesprek met den
Heer Sieberg, betreffende boven genoemd
onderwerp, deel ik U het volgende mede.
Door mij werd op Woensdag den 22ste
juli 1942 te Monnikendam, Mej Steenhorst
gevolgd voor aanwijzing van de persoon
van wie zij op Zaterdag 18 juli 1942
gerookte paling had gekocht boven den
max prijs.
Na het te vergeefs zoeken voor 2 1/2 uur
naar deze persoon, werd Mej Steenhorst
door mij aangesproken, om mij te volgen
naar het bureau der Brigade v/d Mare-
chaussee te Monnikendam, waar zij aan
de wachtmeester, van genoemde Brigade
een persoonsbeschrijving opgaf van de persoon
die haar de gerookte paling had verkocht.
Hoewel door Mej Steenhorst hieraan
werd voldaan, was het niet mogelijk
een persoon aan te wijzen door wacht-
meester der marechaussee als verkooper
der gerookte paling, waardoor zij door
de wachtmeester aan een scherp verhoor
werd onderworpen omtrent het koopen
dezer gerookte aal, doch ook dit had
geen resultaat. Daarna werd Mej Steen-
horst verzocht om met een marechaussee
mede te gaan, naar een rookerij waar een
persoon aanwezig kon zijn die volgens de
marechaussee de gerookte paling zou
hebben verkocht, maar ook dit leverde
niets op.
46A Het document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar "prijsopdrijving", een economisch delict tijdens de bezettingsjaren. Een zekere Mej. Steenhorst had op 18 juli 1942 te duur betaald voor gerookte paling. Op 22 juli werd zij door een ambtenaar vergezeld naar Monnickendam om de verkoper te identificeren.
De tekst illustreert de strikte handhaving: er wordt 2,5 uur gezocht, er wordt een verklaring afgelegd bij de Marechaussee, en de getuige/koper zelf wordt onderworpen aan een "scherp verhoor" om de onderste steen boven te krijgen. Zelfs een bezoek aan een lokale rokerij wordt ondernomen. Het onderzoek bleef echter zonder resultaat, aangezien de dader niet kon worden aangewezen. De terminologie ("max prijs", "scherp verhoor") is kenmerkend voor de ambtelijke taal uit die periode. Dit document stamt uit juli 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Vanwege de toenemende schaarste was er een streng systeem van distributie en prijsbeheersing ingevoerd. Het "Gemeentelijk Marktwezen" hield toezicht op de naleving van deze regels om de zwarte handel en inflatie in te dammen.
Monnickendam was destijds (en is nog steeds) een centrum voor de palingvisserij en -rokerij. Dat de Marechaussee bij het onderzoek betrokken was, duidt op de prioriteit die de bezetter en de Nederlandse autoriteiten gaven aan de controle op de voedselvoorziening. Dergelijke dossiers geven een uniek inzicht in de dagelijkse beslommeringen en de repressieve sfeer van de oorlogsjaren, waarbij zelfs de verkoop van een visje aanleiding kon zijn voor een uitgebreid politieonderzoek.