Afschrift van een officieel rapport.
Origineel
Afschrift van een officieel rapport. 4 augustus 1942. [Bovenaan links]
P.P.P.D.
Offer- spijsoliën en
Vischerij.
[Bovenaan rechts]
Afschrift. Rapport. P. 13417
4 Augustus 1942
Link: 18
Contr: H. Boon 407
A. Hoogveen 547
[Kopgegevens]
Naam bezoek: A. Kloet
Adres: Amsterdam Gov. Flinckstr. 239
Plaats/bezocht: Vischhandelaar
Onderwerp: Aanvoer gerookte aal te Heemstede op 3-8-’42 buiten afslag om.
[Stempel links]
№ 46a/504/1 M. 1942/s.
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van een bericht van den Inspecteur van het Marktwezen te Amsterdam, den Heer de Haan, dat op 3-8-’42 door Kloet gerookte aal en paling buiten om den Gem. Vischslag te Amsterdam herwaarts was betrokken, en dat deze gerookte aal en paling door de fa. Verbeij van uit Horn [Hoorn] zou worden verzonden per bode Wagemans, is door ons op 3-8-’42 een onderzoek hierna ingesteld, waarbij bleek dat door Verbeij uit Horn is verzonden:
a. 1 doos gerookte aal en paling, geadresseerd aan, en ontvangen door, den Gem. Vischslag te Heemstede.
b. 1 kist gerookte visch, geadresseerd aan, en ontvangen door A. Kloet.
Hierbij dient te worden opgemerkt dat A. Kloet regelmatig gerookte of gestoomde visch ontvangt van Verbeij uit Horn, en dat hij hiervoor toestemming heeft van de N.V.C. en dit ook bekend is aan het Marktwezen te Heemstede, daar deze ger. of gestoomde visch zijnde geen consumptie visch, niet wordt beschouwd als verdeelvisch.
Hier is dan ook geen reden aanwezig om op te treden.
[Onderaan]
Aan de Directie van het Marktwezen te Amsterdam.
[Rechtsonder]
Voor een luidend afschrift.
De Controleurs P.P.P.D.
[Handtekening: A. Hoogveen 547]
[Groene aantekening schuin over tekst]
Gezien 31-8-’42 de Insp. [Handtekening] Dit document is een verslag van een opsporingsonderzoek naar een mogelijke overtreding van de distributieregels voor vis tijdens de Duitse bezetting in Nederland. De kern van de zaak is de verdenking dat de visboer A. Kloet uit de Govert Flinckstraat in Amsterdam gerookte vis "buiten de afslag om" had ontvangen. Tijdens de oorlog was het verplicht om alle vis via officiële afslagen te verhandelen om de prijzen en de distributie (rantsoenering) te controleren.
De controleurs Boon en Hoogveen stellen vast dat de zending via de bode Wagemans uit Hoorn inderdaad heeft plaatsgevonden, maar dat er geen sprake is van een overtreding. De partij was opgesplitst: één deel ging keurig naar de visafslag in Heemstede, en het andere deel was bestemd voor Kloet. Cruciaal in hun conclusie is dat Kloet toestemming had van de N.V.C. (Nederlandsche Vischcentrale). Daarnaast werd de vis (gerookt/gestoomd) niet aangemerkt als "verdeelvisch" (vis die onder de strikte distributieregels viel), waardoor de normale afslagplicht voor dit specifieke geval niet van toepassing was. In 1941 werd de Nederlandsche Vischcentrale (NVC) opgericht om de gehele vismarkt onder controle te krijgen van de bezetter en de Nederlandse overheidsinstanties. Vis werd een schaars goed en smokkel ("zwarte handel") was wijdverbreid. Om dit tegen te gaan, werd de controle op transporten (per bode of vrachtwagen) zeer streng uitgevoerd.
Dit document illustreert de enorme bureaucratische controle die nodig was om zelfs kleine zendingen vis te monitoren. Het feit dat een inspecteur uit Amsterdam een melding maakt over een zending uit Hoorn naar Heemstede, toont aan hoe nauwlettend de verschillende diensten (Marktwezen en P.P.P.D.) samenwerkten om de voedselvoorziening binnen de wettelijke kaders van de bezettingstijd te houden. De Govert Flinckstraat, waar A. Kloet zijn zaak had, bevond zich in de Amsterdamse Pijp, een buurt met veel markthandel waar dergelijke inspecties destijds aan de orde van de dag waren. A. Kloet (vischhandelaar) De Heer de Haan (Inspecteur Marktwezen Amsterdam) Fa. Verbeij (leverancier uit Hoorn) Controleurs H. Boon en A. Hoogveen.