Doorslag van een officiële brief (archiefkopie).
Origineel
Doorslag van een officiële brief (archiefkopie). 18 december 1939. De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst Marktwezen, Amsterdam). Den Heer Ph.v. Praag-Sigaar, Vrolikstraat 253, Amsterdam-Oost. [Rechtsboven, handgeschreven:]
2 ex. m. de kar.
[Linksboven, getypt:]
VP/HG.
26/72/4 M.
[Midden, handgeschreven:]
Verzonden 18/12 -'39.
[Rechts, getypt:]
18 December 1939.
[Adressering:]
den Heer Ph.v. Praag-Sigaar,
Vrolikstraat 253,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
[Inhoud:]
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 12 November jl.
verleen ik U hierbij gedurende ten hoogste drie maanden na
dato dezes, in verband met Uw gezondheidstoestand, vergunning
zich op Uw plaats op de markt Dapperstraat te laten vervangen
door Uw zoon H. v. Praag-Sigaar.
De Directeur, * Onderwerp: Het document betreft een tijdelijke vervangingsvergunning voor een marktkoopman op de Dappermarkt in Amsterdam.
* Betrokkenen: De vergunninghouder is Philip van Praag-Sigaar. Hij wordt vanwege gezondheidsproblemen tijdelijk (maximaal drie maanden) vervangen door zijn zoon, H. van Praag-Sigaar.
* Administratieve context: De brief is een reactie op een verzoek van ruim een maand daarvoor (12 november). De codes "VP/HG" duiden op de initialen van de behandelend ambtenaar en de typist(e). "Wijk 20" was de administratieve indeling voor dit deel van Amsterdam-Oost.
* Handgeschreven notitie: De tekst "2 ex. m. de kar." suggereert dat er twee exemplaren van de vergunning zijn verstrekt die bij de marktkraam ("de kar") aanwezig moesten zijn voor controle door marktmeesters. Dit document stamt uit december 1939, slechts enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de bureaucratie rondom de Amsterdamse markten in die tijd. De naam "Van Praag-Sigaar" wijst op een Joodse familie in Amsterdam-Oost. De Vrolikstraat en de nabijgelegen Dapperstraat waren in die periode hart van een levendige, deels Joodse buurt.
Documenten als deze zijn vaak bewaard gebleven in de archieven van de Dienst Marktwezen en zijn van historisch belang omdat ze de economische positie van Joodse Amsterdammers vlak voor de vervolging vastleggen. Kort na de bezetting zouden deze handelaren te maken krijgen met beperkende maatregelen, de verwijdering van de reguliere markten en uiteindelijk deportatie.