Zakelijke brief (handgeschreven op briefpapier).
Origineel
Zakelijke brief (handgeschreven op briefpapier). 16 november 1939. Gebr. van Furth, „Het Schoenenpaleis”, Amsterdam. „HET SCHOENENPALEIS”
GEBR. VAN FURTH
DAPPERSTRAAT 49 — TELEFOON 55047
KINKERSTRAAT 260 — AMSTERDAM
GEM. GIRO F 1743
AMSTERDAM, 16- Nov 1939
[Paars stempel:] Nº 26 / 73 / 1 M. 1939 20/11
[Handgeschreven:] in map.
Wel Ed. Heeren,
Van bevoegde zijde vernamen wij dat
de plaats Dapperstraat van den Heer van Praag
tegenover № 49 vrij komt
Door gebrek aan ruimte in onze winkel
hadden wij indien het mogelijk is, gaarne deze
plaats tot onze beschikking.
Ons artikel zoo U als bovenstaand ziet
is schoenen.
Indien het mogelijk is had ik
gaarne een persoonlijk onderhoud met U.
In afwachting van een gunstig antwoord
teeken ik ho-
Hoogachtend
Furth
[Rechtsonder:] 26 * Doel van de brief: De firma Gebroeders van Furth, eigenaren van "Het Schoenenpaleis", toont interesse in een winkelruimte aan de Dapperstraat die vrijkomt.
* Motivatie: De schrijver geeft aan dat hun huidige winkel (gevestigd op nummer 49) te klein is geworden ("gebrek aan ruimte").
* Locatie: Het gaat om de ruimte van "den Heer van Praag", direct tegenover hun huidige pand op nummer 49.
* Toon: De brief is formeel en beleefd, gebruikmakend van de toen gebruikelijke titulatuur ("Wel Ed. Heeren") en afsluiting. De schrijver verzoekt om een persoonlijk gesprek om de mogelijkheden te bespreken. * Historische periode: De brief is gedateerd op 16 november 1939. Dit is enkele maanden na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in Europa, maar vóór de Duitse inval in Nederland (mei 1940). Het dagelijks leven en de handel gingen in deze periode van mobilisatie nog grotendeels gewoon door.
* Locatie context: De Dapperstraat in Amsterdam was (en is) een bekende, drukke winkel- en marktstraat. De Dapperbuurt kende in die tijd een aanzienlijke Joodse populatie.
* Sociaal-economische context: De naam "Van Praag" is een veelvoorkomende Nederlands-Joodse achternaam. Gezien de datum en de locatie is het mogelijk dat het vrijkomen van dit pand verband hield met de onrustige tijden voor de Joodse gemeenschap, hoewel de brief zelf slechts spreekt over het vrijkomen van de "plaats". De firma Van Furth ziet hierin een kans voor broodnodige bedrijfsuitbreiding. De archiefstempels duiden erop dat dit document onderdeel is geworden van een officieel gemeentelijk of institutioneel dossier, waarschijnlijk betreffende marktwezen of winkelvergunningen. U. Marktwezen