Brief (handgeschreven rapport)
Origineel
Brief (handgeschreven rapport) 16 september 1942 M. Stam (vermoedelijk een marktbeambte of opzichter) WelEdHeer H. A. de Vaer, Inspecteur Marktwezen te Amsterdam. Amsterdam 16 Septbr '42
WelEdHeer
H. A. de Vaer
Insp: Marktwezen
Amsterdam.
Zaterdag middag 30 Augs
j.l. was het een drukke mid-
dag. er was veel visch uit
IJmuiden, waarmee Huisman
juist bezig was met uitdeelen.
Er stond ook nog een wagen
met gerookte aal, waarom
steeds een partij menschen
heen liepen. Ik wilde ze daar
vandaan hebben. Ik sommeerde
ze daar vandaan te gaan. Eén
n.l. W. de Clerck, die niet te vlug
ging, duwde ik weg, wat niet erg
naar zijn zin was en daar kwaad
om werd, en zeide, je blijft van
mijn lijf af, anders zal je eens
zien wat ik doe; dan zal ik ook
mijn handen uitsteken. Ik waar-
schuwde hem, dat hij zich kalm
moest houden, anders laat ik je
de hal uitzetten. Meer heb ik niet
van hem gehoord, daar ik het ook
te druk had. Ik heb van W de Clerk
nooit geen last gehad, het is een
kalm ventje. Een goede vermaning
zou hier wel op zijn plaats zijn.
Hoogachtend
[Signatuur: M. Stam]
[Onderaan aantekeningen in rood en potlood/pen:]
Gezien [paraaf]
opl [paraaf] 21/9 42 In deze brief rapporteert M. Stam aan Inspecteur De Vaer over een voorval dat ruim twee weken eerder plaatsvond in een markthal in Amsterdam. Op zaterdag 30 augustus was het erg druk vanwege de aanvoer van vis uit IJmuiden en de verkoop van gerookte aal.
Wanneer Stam probeert de menigte rond een viswagen te verspreiden, ontstaat er een woordenwisseling met een zekere W. de Clerck. Stam duwt De Clerck weg omdat deze niet snel genoeg vertrekt, waarop De Clerck verbaal uithaalt en dreigt met fysiek geweld ("dan zal ik ook mijn handen uitsteken"). Stam dreigt hem de hal uit te laten zetten, waarna het incident gesust lijkt. Opvallend is dat Stam de situatie achteraf relativeert door De Clerck te beschrijven als een "kalm ventje" van wie hij nog nooit last heeft gehad, en adviseert een simpele "vermaning" in plaats van zwaardere maatregelen. Dit document stamt uit september 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De context van voedselschaarste en distributie is hier cruciaal. Vis uit IJmuiden was een belangrijke voedselbron, en de uitdeling daarvan leidde vaak tot grote drukte en spanningen bij de bevolking.
Het Marktwezen in Amsterdam had de taak om de orde te handhaven bij deze distributiepunten. Het incident illustreert de dagelijkse spanningen tussen ambtenaren die de orde moesten handhaven en burgers die in de rij stonden voor schaars voedsel. Het taalgebruik ("je blijft van mijn lijf af") en de fysieke interactie (het wegduwen door de beambte) tonen de geladen sfeer in de openbare ruimte gedurende deze oorlogsjaren. De administratieve afhandeling onderaan de brief ("opl 21/9 42") wijst erop dat de klacht of het rapport binnen vijf dagen door de inspectie werd afgehandeld.