Zakelijke brief / juridische correspondentie.
Origineel
Zakelijke brief / juridische correspondentie. 2 september 1942. Advocatenkantoor Mr. J. Martin Muller & Mr. B. Boelmans ter Spill, Jan Luykenstraat 17, Amsterdam. De Directie der Gemeentelijke Vischmarkt, De Ruyterkade 5-13, Amsterdam. [Briefhoofd]
MR. J. MARTIN MULLER
MR. B. BOELMANS TER SPILL
ADVOCATEN EN PROCUREURS
—
TELEFOON 96111 (2 LIJNEN)
—
POSTGIRO MR. MARTIN MULLER 121278
POSTGIRO MR. BOELMANS TER SPILL 6458
[Rechterbovenhoek]
5/vKN.
AMSTERDAM Z. 2 September 1942.
JAN LUYKENSTRAAT 17
[Aantekeningen bovenin]
1.61
4244
[Adressering]
De Directie der Gemeentelijke Vischmarkt
De Ruyterkade 5 - 13
A M S T E R D A M. C.
[Stempel/Kenmerk links]
Nº 46A/572/1 M. 1942 3/9
Mijne Heeren,
Inzake: W. Kok, Spaarndam.
Ter bevestiging van ons mondeling onderhoud van 1 dezer deel ik U mede, dat cliënt blijkens zijn volgbriefje van 30 Juni 1942 bij U heeft ingeleverd:
— a. 10 doozen, ieder à 10 pond gerookte paling à f.1.22
— b. 9 doozen, ieder à 10 pond gerookte paling à f.-.88.
Blijkens schriftelijke kennisgeving van dienzelfden dag, geschreven door Uwen Heer Stam, zijn de sub a. genoemde doozen verkocht tegen 88 cent per pond, zulks op order van de marechaussée, omdat daarin teveel paling aanwezig zou zijn geweest, welke te licht was.
Door U wordt echter in Uw afrekening van 2 Juli 1942 No.216 slechts 92 pond van deze partij afgerekend.
[Handgeschreven in linker marge:]
Stam geeft niet
een andere
verklaring
het manco.
Volgens mededeeling van Uwen Heer Stam zou de mogelijkheid niet uitgesloten geweest zijn, dat de niet verantwoorde 8 pond hetzij bij U zijn zoek geraakt hetzij door de marechaussée zou zijn meegenomen. Blijkens navraag bij deze laatste instantie is dit niet het geval geweest, zoodat van Uwentwege de verantwoording van 8 pond nog zal dienen te geschieden.
Ik zal het op prijs stellen hierover door U te worden ingelicht.
Hoogachtend,
[Handtekening: J. Martin Muller] * De kern van het geschil: Een vishandelaar (W. Kok) leverde 100 pond paling aan die volgens de standaardprijs f 1,22 per pond waard was. De marechaussee greep in omdat de vissen te klein ("te licht") waren, waardoor de prijs werd verlaagd naar 88 cent. Echter, bij de uiteindelijke uitbetaling werd slechts 92 pond vergoed. Er is dus 8 pond paling 'verdwenen'.
* De bewijsvoering: De advocaat voert aan dat de marechaussee heeft ontkend de ontbrekende 8 pond te hebben meegenomen. De verantwoordelijkheid wordt daarom teruggelegd bij de Vischmarkt (en specifiek de heer Stam).
* Marginale notitie: De handgeschreven aantekening in de kantlijn lijkt een interne notitie van de ontvangende partij (de Vischmarkt) te zijn, waaruit blijkt dat de heer Stam inderdaad geen verklaring heeft voor het tekort ("het manco"). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting (september 1942). Tijdens de Tweede Wereldoorlog stond de voedselvoorziening onder strikt toezicht. De marechaussee voerde controles uit op markten om prijsopdrijving en illegale handel tegen te gaan. De brief illustreert hoe zelfs over relatief kleine hoeveelheden (8 pond paling) juridisch werd gecorrespondeerd, waarschijnlijk omdat elke gram voedsel en elke gulden in die tijd van groot belang waren voor de bedrijfsvoering van lokale handelaren. Daarnaast toont het de bureaucratische precisie van de Amsterdamse Gemeentelijke Vischmarkt in oorlogstijd.