Archief 745
Inventaris 745-385
Pagina 241
Dossier 67
Jaar 1942
Stadsarchief

Ambtsbericht / Rapportage

16 september 1942 Van: Waarschijnlijk een inspecteur of ambtenaar (ondertekend, mogelijk "Nieuwhoff")

Origineel

Ambtsbericht / Rapportage 16 september 1942 Waarschijnlijk een inspecteur of ambtenaar (ondertekend, mogelijk "Nieuwhoff") no 460/583/1 M 1942 11/9

Den Heer Inspecteur
v/h Marktwezen
Alhier.

In verband met mijn onderzoek in-
zake M.C. Spaargaren diene het volgende.
Het perceel no 1 Binnen Oranjestraat
is momenteel ambtelijk verzegeld, daar
de bewoners uitgeweken zijn. Zoodoende
heb ik de winkel niet kunnen inspecteeren.
Volgens mededeeling van den eige-
naar wordt het winkelhuis geheel voor de
vischverkoop omgebouwd.
Het perceel is ± 10 jaar oud en tegen
vestiging van genoemd bedrijf is m.i.
geen enkel bezwaar.

16 Sept. 1942.

[handtekening] Dit document is een ambtelijke rapportage over een inspectie van een winkelpand aan de Binnen Oranjestraat 1 te Amsterdam in september 1942. De belangrijkste punten zijn:

  • Belemmering van inspectie: De ambtenaar kon het pand niet van binnen inspecteren omdat het "ambtelijk verzegeld" was.
  • Status van de bewoners: De reden voor de verzegeling is dat de bewoners zijn "uitgeweken". In de bureaucratische taal van 1942 was dit vaak een eufemisme voor bewoners die gevlucht waren, ondergedoken zaten, of weggevoerd waren (zie Context).
  • Nieuwe bestemming: Ondanks het gebrek aan toegang, rapporteert de ambtenaar op basis van informatie van de eigenaar dat het pand verbouwd wordt tot viswinkel voor M.C. Spaargaren.
  • Advies: De ambtenaar ziet geen enkel bezwaar tegen de vestiging van dit bedrijf op deze locatie. De datum van het document, 16 september 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in volle gang (de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren in de zomer van 1942 begonnen).

De term "uitgeweken" in combinatie met een "verzegeld" pand wijst er in deze periode vrijwel zeker op dat de oorspronkelijke bewoners of winkeliers Joods waren en dat hun bezittingen door de bezetter in beslag waren genomen (geconfisqueerd). De Binnen Oranjestraat ligt in de Jordaan, een buurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden.

Het document illustreert de voortgang van het dagelijks leven en de economische herschikking tijdens de bezetting: terwijl de oorspronkelijke bewoners zijn verdwenen, gaat de ambtelijke molen door om nieuwe vergunningen te verlenen voor 'Arische' ondernemers (zoals mogelijk de heer Spaargaren) die vrijgekomen locaties willen betrekken. Dit proces van het overnemen van panden en bedrijven van gedeporteerde of gevluchte Joden was een vast onderdeel van de oorlogs-economie in Amsterdam.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijke rapportage over een inspectie van een winkelpand aan de Binnen Oranjestraat 1 te Amsterdam in september 1942. De belangrijkste punten zijn:

  • Belemmering van inspectie: De ambtenaar kon het pand niet van binnen inspecteren omdat het "ambtelijk verzegeld" was.
  • Status van de bewoners: De reden voor de verzegeling is dat de bewoners zijn "uitgeweken". In de bureaucratische taal van 1942 was dit vaak een eufemisme voor bewoners die gevlucht waren, ondergedoken zaten, of weggevoerd waren (zie Context).
  • Nieuwe bestemming: Ondanks het gebrek aan toegang, rapporteert de ambtenaar op basis van informatie van de eigenaar dat het pand verbouwd wordt tot viswinkel voor M.C. Spaargaren.
  • Advies: De ambtenaar ziet geen enkel bezwaar tegen de vestiging van dit bedrijf op deze locatie.

Historische Context

De datum van het document, 16 september 1942, is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland en de Jodenvervolging was in volle gang (de grootschalige deportaties vanuit Amsterdam waren in de zomer van 1942 begonnen).

De term "uitgeweken" in combinatie met een "verzegeld" pand wijst er in deze periode vrijwel zeker op dat de oorspronkelijke bewoners of winkeliers Joods waren en dat hun bezittingen door de bezetter in beslag waren genomen (geconfisqueerd). De Binnen Oranjestraat ligt in de Jordaan, een buurt waar in die tijd veel Joodse Amsterdammers woonden.

Het document illustreert de voortgang van het dagelijks leven en de economische herschikking tijdens de bezetting: terwijl de oorspronkelijke bewoners zijn verdwenen, gaat de ambtelijke molen door om nieuwe vergunningen te verlenen voor 'Arische' ondernemers (zoals mogelijk de heer Spaargaren) die vrijgekomen locaties willen betrekken. Dit proces van het overnemen van panden en bedrijven van gedeporteerde of gevluchte Joden was een vast onderdeel van de oorlogs-economie in Amsterdam.

Locaties

Amsterdam (afgeleid uit adres en context)

Kooplieden in dit dossier 2

A. Cuypstraat Waterlooplein 14.067
T. Katestraat Waterlooplein 7.554