Officieel besluit/verordening (Aanvulling Eerste Uitvoeringsbesluit).
Origineel
Officieel besluit/verordening (Aanvulling Eerste Uitvoeringsbesluit). 12 september 1942. NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
2e Adelheidstr.300 's-Gravenhage.
Postgirorekening 245271 - Telegramadres:Nedviscen - Tel.720880
Voor Afd. Distributie en Vischvervoer Telefoon 720060, Toestel 674 en 722641. Intercomm. x x
№ 342
AANVULLING EERSTE UITVOERINGSBESLUIT VAN HET VISSCHERIJBESLUIT 1941.
(regeling van den aanvoer en de aflevering van zoetwatervisch).
DE NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE;
Gelet op het Visscherijbesluit 1941 en het Eerste Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 (Regeling van den aanvoer en de aflevering van zoetwatervisch).
HEEFT GOEDGEVONDEN:
de volgende aanwijzingen vast te stellen voor de IJsselmeervisschers en de vischafslagen rond het IJsselmeer, benevens die van Den Oever en Harlingen:
Artikel 1.
Ten aanzien van voor de gezinnen van de bemanning van IJsselmeervisschersvaartuigen voor eigen behoefte bestemde zoetwatervisch, wordt ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 8 van het Eerste Uitvoeringsbesluit van het Visscherijbesluit 1941 (Regeling van den aanvoer en de aflevering van zoetwatervisch); indien en voor zoover wordt voldaan aan het bepaalde in de art. 2 en 3.
Artikel 2.
De hoeveelheid zoetwatervisch, welke voor eigen behoefte mag worden aangewend, wordt door den directeur van den vischafslag voor elk lid van de bemanning van een IJsselmeervisschersvaartuig afzonderlijk vastgesteld. Bij de vaststelling dient rekening te worden gehouden met de grootte van het gezin van den IJsselmeervisscher, mits een hoeveelheid van 30 halve kilogrammen aal of 40 halve kilogrammen witvisch per gezin per week niet wordt overschreden.
Artikel 3.
Het vervoer van de in het voorgaande artikel bedoelde zoetwatervisch moet plaats vinden langs den kortsten weg van de plaats van aanvoer naar de woning van het desbetreffende gezin onder dekking van een door of vanwege den directeur van den vischafslag afgegeven geleidebiljet.
Artikel 4.
Een model van het geleidebiljet, als bedoeld in het voorgaand artikel, wordt bij dit besluit gevoegd.
Artikel 5.
Dit besluit treedt in werking met ingang van 16 September 1942 en wordt door publicatie in de daarvoor in aanmerking komende vakbladen, door openbare bekendmaking op en door middel van schriftelijke mededeeling aan de desbetreffende vischafslagen aan de betrokkenen ter kennis gebracht.
's-Gravenhage, 12 September 1942
NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE,
w.g. N. Haasnoot (w.g. Mr.L.C.v.Aken)
Directeur. (Secretaris.)
Gr/To. * Taal en Spelling: Het document is geschreven in de destijds gangbare spelling (o.a. "visscherij", "visch", "den", "zoover").
* Inhoud: Het besluit regelt een uitzondering op de strikte distributieregels voor vis. Vissersfamilies kregen toestemming om een deel van de vangst zelf te consumeren.
* Rantsoenering: Er worden strikte maxima genoemd: 15 kg (30 halve kg) aal of 20 kg (40 halve kg) witvis per gezin per week.
* Controle: Om zwarte handel te voorkomen, was het vervoer alleen toegestaan via de kortste route en uitsluitend met een officieel "geleidebiljet" (vervoersbewijs). Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een zogenaamd 'vakschap', een overheidsorgaan dat door de bezetter was ingesteld om de gehele visserijsector centraal te controleren en te reguleren.
Omdat voedsel schaars was en alles op de bon ging, was de distributie van vis streng gereguleerd. Dit specifieke besluit toont aan dat er voor de producenten zelf (de vissers) een beperkte uitzondering werd gemaakt, mits dit administratief nauwgezet werd vastgelegd via de afslagen. De genoemde locaties (IJsselmeer, Den Oever, Harlingen) wijzen op de focus op de binnenvisserij en de afslagen die direct aan het toenmalige IJsselmeer lagen.