Ambbtelijke correspondentie/adviesnota betreffende een vergunningsaanvraag.
Origineel
Ambbtelijke correspondentie/adviesnota betreffende een vergunningsaanvraag. 5 januari 1940 (met latere toevoegingen op 15 en 16 januari 1940). Dapperstraat 5 Jan: 1940
Den Heer
Inspecteur
Aangaande het verzoek v/d H[eer] A. Rijper Dapper-
straat No. 111, om op het trottoir te mogen uitpakken,
zou ik U in overweging willen geven, het ver-
zoek niet toe te staan, omreden er op dat gedeel-
te v/a markt, nog marktplaatsen beschikbaar
zijn, ook voor de winkel v/d H[eer] A. Rijper -
J. Rens
Tegen het verleenen van een uitstalvergun-
ning aan A. Rijper bestaat m.i. [mijns inziens] geen
bezwaar.
Met het rapport van den Chef markt-
opzichter, kan ik mij niet vereenigen.
15-1-40
de Haan
"Geen bezwaar."
16-1 '40 wp
[Onleesbare paraaf, mogelijk V. Laar] Het document is een prachtig voorbeeld van de bureaucratische besluitvorming rondom straathandel in Amsterdam aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Het bevat drie verschillende stadia van advisering:
- Het negatieve advies: J. Rens, de Chef Marktopzichter, adviseert op 5 januari negatief. Zijn argument is puur pragmatisch vanuit marktbeheer: omdat er nog officiële marktplaatsen vrij zijn voor de deur van de winkel, vindt hij dat de winkelier daar gebruik van moet maken in plaats van het trottoir te blokkeren met "uitpakken" (het uitstallen van goederen).
- De beleidsmatige correctie: Op 15 januari reageert de Inspecteur (De Haan). Hij is het expliciet oneens met de marktopzichter. Hij ziet blijkbaar geen juridisch of praktisch beletsel voor de uitstalvergunning.
- Het definitieve besluit: Op 16 januari wordt de knoop doorgehakt met de korte krachtige term "Geen bezwaar", wat de weg vrijmaakte voor de vergunningverlening.
Opvallend is het taalgebruik zoals "omreden" (vanwege de reden dat) en de afkortingen "v/d" (van de) en "v/a" (van de/aan de). De Dapperstraat in Amsterdam is sinds 1910 een officiële dagmarkt. De spanning tussen de belangen van de vaste winkeliers (die hun waar op de stoep willen presenteren) en de marktkooplui (die de ruimte op straat nodig hebben) is een terugkerend thema in de Amsterdamse stadsgeschiedenis.
In januari 1940 verkeerde Nederland in de periode van de Mobilisatie, vlak voor de Duitse inval in mei van dat jaar. Hoewel de oorlogsdreiging groot was, ging het dagelijkse civiele bestuur en de regulering van de markthandel in Amsterdam gewoon door zoals dit document laat zien. De winkel van de heer Rijper op nummer 111 bevond zich midden in het drukste gedeelte van de markt. J. Rens (Chef Marktopzichter) A. Rijper (aanvrager/winkelier) De Haan (Inspecteur).