Handgeschreven verzoekschrift / brief aan het gemeentebestuur.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief aan het gemeentebestuur. 25 maart 1942 (gebaseerd op stempel "M. 1942 25/3"). [Stempel linksboven:] Nº 46ª/655/1.
[Stempel midden:] M. 1942 25/3
[Handgeschreven rechtsboven:] W. E. H. hier
Aangezien er nieuwe toewijzingen vo[orkomen?]
beleefd of u mij ook een toewijzing wil[t]
[toe]wijzing heb van het vorige jaar en tot he[den]
mosselen heb gezeten vraag ik mij af.
Daar ik toch ook een standplaats [voor?]
visch en haring en zuurwaren te verk[oopen?]
[hand]elen mag verkoopen maar dan kan
W. E. H. ik hoop dat u mijn belangen be[hartigt?]
hangt er van af.
Hiermede u bij voorbaat dankende b[ericht?]
en teeken ik uw hoogachten[de]
Adres: Kempenaerstraat 41 huis)
Amsterdam (west) * Handschrift en Spelling: Het document is geschreven in een gangbaar 20e-eeuws cursief handschrift. De spelling is deels verouderd (bijv. "visch", "verkoopen", "teeken"), wat gebruikelijk was voor 1947.
* Inhoud: De afzender, een bewoner van de Kempenaerstraat in Amsterdam-West, verzoekt om een nieuwe toewijzing voor een standplaats. De schrijver vermeldt dat hij tot nu toe op de "mosselen heeft gezeten" (mussels verkocht), maar nu ook vis, haring en zuurwaren wil verkopen.
* Opvallend: De tekst aan de rechterzijde van het document lijkt te zijn afgesneden of buiten het scanbereik te vallen, waardoor de laatste letters van diverse woorden (zoals 'vo[orkomen]', 'wil[t]', 'verk[oopen]') ontbreken.
* Afkorting: "W.E.H." verwijst naar de geadresseerde instantie binnen het Amsterdamse ambtenarenapparaat, vermoedelijk de Wethouder belast met Economische Hervorming of Handel. Dit document stamt uit maart 1942, midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel in levensmiddelen en het verkrijgen van standplaatsen op markten streng gereguleerd door de overheid en de bezetter via distributiestelsels en vergunningen.
De Kempenaerstraat bevindt zich in de Staatsliedenbuurt, een wijk die destijds veel arbeiders en kleine zelfstandigen huisvestte. Het verzoek om uitbreiding van het assortiment (van mosselen naar vis en zuurwaren) kan duiden op een poging om de economische overleving veilig te stellen in een tijd van toenemende schaarste. Het feit dat de brief direct aan de "W.E.H." (Wethouder) is gericht, toont aan dat dergelijke toewijzingen op hoog gemeentelijk niveau werden beslist.