Officieel uittreksel of bijlage van een verordening/vergunning.
Origineel
Officieel uittreksel of bijlage van een verordening/vergunning. Onder B. van het Ventverbod vermeld in de vent- en
opkoopersvergunningen wordt toegevoegd:
23$^0$. op de Prins Hendrikkade tusschen Martelaarsgracht
en Damrak, benevens op de Martelaarsgracht, of op
of aan den openbaren weg binnen een afstand van 25
meter van genoemd gedeelte van de Prins Hendrikkade,
en van de Martelaarsgracht. Dit document betreft een administratieve toevoeging aan de voorwaarden van vent- en opkopersvergunningen. Specifiek wordt er een nieuw verbodsgebied (punt 23) gedefinieerd waar het niet toegestaan is om goederen te verkopen of op te kopen op straat.
De tekst is formeel en juridisch van aard. Het legt een geografische beperking op voor vergunninghouders. Opvallend is de precisie waarmee de zone wordt afgebakend: niet alleen de genoemde straatdelen zelf vallen onder het verbod, maar ook een bufferzone van 25 meter rondom deze locaties. Dit was waarschijnlijk bedoeld om te voorkomen dat verkopers net "om de hoek" in zijstraten gingen staan, wat alsnog voor opstoppingen kon zorgen. De locaties die in het document worden genoemd (Prins Hendrikkade, Martelaarsgracht en Damrak) vormen een van de drukste verkeersknooppunten van Amsterdam, direct tegenover het Centraal Station (geopend in 1889).
In de late 19e en vroege 20e eeuw probeerde het stadsbestuur van Amsterdam de groeiende chaos op straat te reguleren. Straathandel was een belangrijke bron van inkomsten voor de armere bevolking, maar leidde ook tot enorme drukte en overlast op cruciale verkeersaders. Door specifieke "ventverboden" in te stellen op drukke punten, probeerde men de doorstroming van voetgangers en het (toentertijd opkomende) gemotoriseerde verkeer te waarborgen. De vermelding van "opkoopersvergunningen" duidt erop dat het verbod ook gold voor handelaren in oude metalen, lompen of andere tweedehands goederen.