Handgeschreven ambtelijke brief/notitie.
Origineel
Handgeschreven ambtelijke brief/notitie. 2 oktober 1942 (S'Gravenhage/Den Haag). Beauftragte (waarschijnlijk de Beauftragte voor de stad of provincie, namens het Rijkscommissariaat). (Opmerking: doorgehaalde tekst is weergegeven tussen [doorhalen]...[/doorhalen], invoegingen tussen ^...^).
[doorhalen]
~~Geen Vrijheid~~
~~Handelsonderzoek~~
~~H. G. ? ?~~
[/doorhalen]
467660/2
S'Gravenhage, 2.10.1942
Beauftragte
Antwortlich Ihres Schreibens
vom 25. 9. 42 Ref II/16 beehre ich
mich Ihnen mitzuteilen,
dass alle Fischhandelsgenehmi-
gungen von der "Niederländische
Visscherij Centrale" in Haag [doorhalen]~~im~~[/doorhalen]
[doorhalen]~~Jahre~~[/doorhalen] 1942 herausgegeben ^worden^ sind,
(die sogen. Anerkennungen)
also auch an diejenigen Fisch-
händler, die vor dem 9. 5. 1940
schon im Fischhandel tätig waren.
([doorhalen]~~Es war namentlich so, dass man~~[/doorhalen]
Im Jahre 1940 brauchte man für die Ausübung
des Fischkleinhandels noch
keine Handelsgenehmigung
[doorhalen]~~brauchte~~[/doorhalen]) De brief is een antwoord op een eerdere correspondentie van 25 september 1942 betreffende de regelgeving in de vissector. De kernboodschap is dat in 1942 de "Niederländische Visscherij Centrale" (Nederlandsche Visscherij Centrale) in Den Haag nieuwe vergunningen, de zogenaamde "Anerkennungen" (erkenningen), heeft uitgegeven aan alle vishandelaren.
Belangrijke punten in de tekst:
* De nadruk ligt op het feit dat iedereen nu een vergunning heeft, ook degenen die al vóór de Duitse inval (9 mei 1940) actief waren in de sector.
* Er wordt expliciet vermeld dat er in 1940 voor de vishandel (kleinhandel) nog geen officiële handelsvergunning vereist was. Dit duidt op een aanscherping van de controle en bureaucratie door de bezetter in de loop van de oorlog.
* Het document toont het proces van gelijkschakeling en centrale controle over de Nederlandse voedselvoorziening en handel. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945) werd de economie strak gereguleerd om de Duitse oorlogsinspanningen te ondersteunen en de binnenlandse distributie te controleren. De "Nederlandsche Visscherij Centrale" (NVC) was een crisisorganisatie die toezag op de visserij en de handel in vis.
In de vroege jaren van de bezetting werden veel beroepsgroepen verplicht zich te registreren bij centrale organisaties of corporaties. Waar men voor de oorlog vaak zonder specifieke vergunning een kleine nering kon drijven, voerde het Duitse bestuur (onder het Rijkscommissariaat van Seyss-Inquart) een systeem van vergunningen in om de controle op de distributie en de zwarte markt te vergroten. Deze brief bevestigt het moment waarop de transitie naar volledige vergunningsplicht voor de vishandel een feit was. De datum 9 mei 1940 wordt gebruikt als peildatum om de status van ondernemers van vóór de bezetting vast te stellen.