Handgeschreven verzoekschrift / bezwaarschrift.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / bezwaarschrift. 30 oktober 1942. A. A. Pakkoo, van Hogendorpstraat 53 II, Amsterdam. [Rechtsboven:] 257
[Linksboven in stempel/blauw:] Nº 46^A/668/3 M. 1942 30/10
[Rechtsboven handgeschreven:] nv. [onleesbaar] / A. dam. 30 Oct. '42
M.
Daar ik een verzoek ingediend heb, voor een toewij-
zing van mosselen, en deze afgewezen is, verzoek
ik beleefd, gunstiger over mij te beslissen, aan-
gezien ik al ruim dertig jaar in de vischhandel
ben, en er momenteel geen andere vischsoorten
zijn, (waar ik voor aangewezen ben) waar ik mijn
brood mee kan verdienen.
Nu heb ik wel verleden jaar geen mosselen
verkocht, maar dit is toch geen reden, om mij
door dit verzuim, broodeloos te maken, daar ik
in de gerookte visch die in de hal aangevoerd
wordt, datgene niet kan verdienen, om mijn
onderhoud te dekken. Nogmaals verzoek ik
beleefd, mij deze toewijzing te willen verstrekken
bijvoorbaat mijn dank.
[Linksonder schuin geschreven:]
afwijzen
46a/668/4
[Rechtsonder:]
Acht.
A. A. Pakkoo
v. Hogendorpstr. 53 ^II
Alhier * Inhoud: De heer Pakkoo, een visvoertuigexploitant of vishandelaar met dertig jaar ervaring, protesteert tegen een negatief besluit op zijn aanvraag voor een toewijzing van mosselen. Hij voert aan dat hij momenteel geen andere vissoorten kan bemachtigen om in zijn levensonderhoud te voorzien.
* Argumentatie: De schrijver erkent dat hij het voorgaande jaar geen mosselen heeft verkocht (het "verzuim"), maar stelt dat dit geen reden mag zijn om hem nu een toewijzing te weigeren, omdat de handel in gerookte vis in de Centrale Markthal momenteel onvoldoende opbrengt.
* Resultaat: Linksonder is met een andere pen (waarschijnlijk door een ambtenaar) het woord "afwijzen" geschreven, gevolgd door een nieuw referentienummer. Dit duidt erop dat zijn bezwaar niet is gehonoreerd.
* Taalgebruik: Het document is geschreven in formeel, wat verouderd Nederlands ("broodeloos maken", "ter dekking van mijn onderhoud") en is beleefd van toon, ondanks de wanhopige strekking. Dit document stamt uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van extreme schaarste en stonden de handel en distributie van levensmiddelen onder strikt toezicht van de Rijksbureaus (onderdeel van de distributiestamkaart-systematiek).
Zelfstandige vishandelaren waren afhankelijk van officiële toewijzingen om goederen te mogen inkopen en verkopen. De "hal" waar de schrijver naar verwijst, is de Centrale Markthal in Amsterdam-West. Het document illustreert de bureaucratische strijd van kleine ondernemers om te overleven in een tijd waarin het recht op handel de grens trok tussen inkomen hebben of "broodeloos" zijn. De Van Hogendorpstraat ligt in de Staatsliedenbuurt, een typische Amsterdamse volksbuurt uit die tijd.