Archiefdocument
Origineel
29 september 1942 L. Uitink, wonende aan de 2e Jacob van Campenstraat 110-I, Amsterdam-Zuid. Bestuur der Marktwezen te Amsterdam, Afdeling Visch Centrale. № 46/670/1 M. 1942 20/9
A’dam 29 Sept: 1942
Aan het Bestuur der Marktwezen
te A'dam:
Afd: Visch Centrale
Weledele Heeren!
Langs deze weg verzoek ik U beleefd
een toewijzing van Mosselen.
Daar ik al 23 Jaar in de haring
en gerookte Visch en mosselen han-
deld.
Zoo hoop ik ook deze Winter, U mij
in de gelegenheid stelt.
Mijn leeftijt is 61 jaar; en wil
nog gaarne; het brood voor mijn
gezin te verdienen.
Hoopende en Vertrouwende van
U een gunstig antwoord te mogen
ontvangen.
Teeken ik met
Hoog achting
L. Uitink
2e Jacob v. Campenstr: 110 I
A’dam Zuid
[Marginale aantekeningen en stempels:]
(Links verticaal): p.m. Voorzien van erkenning Visch Centrale
(Midden diagonaal): Opgevraagt 23-10-42 de Ha[..]
(Onderaan links): D. v. Link / Hevdweg 24/197 / Cons.ijs. huis / (12/9 '40 - 14/5 '41 haring mmm ger & gest. visch - zuid)
(Rechts midden): Heeft kaart [geparafeerd]
(Stempel): 12 OCT. 1942 Het document is een typerend voorbeeld van een rekest (verzoekschrift) van een kleine ondernemer aan een overheidsinstantie. De schrijver, een 61-jarige vishandelaar, vraagt om een toewijzing van mosselen om in zijn levensonderhoud te kunnen voorzien.
De tekst bevat enkele taalfouten die kenmerkend zijn voor de tijd en de sociale achtergrond van de schrijver (zoals "handeld" met een d en "leeftijt"). Hij gebruikt zijn lange staat van dienst (23 jaar) en zijn gezinssituatie als argumenten om de gunst van de ambtenaren te winnen.
De diverse aantekeningen in de kantlijn laten het ambtelijke proces zien: er is gecontroleerd of de man al bekend was bij de Visch Centrale, of hij over de juiste papieren beschikte ("Heeft kaart") en wat zijn handelsverleden in de voorgaande jaren was. De brief dateert uit september 1942, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van een distributie-economie waarbij de handel in schaarse goederen zoals vis en mosselen volledig door de overheid werd gecontroleerd.
Zonder een officiële toewijzing van de 'Visch Centrale' (een orgaan dat toezag op de visdistributie) mocht een handelaar geen producten inkopen of verkopen. De afzender woonde in de 2e Jacob van Campenstraat, in de volkswijk De Pijp, nabij de Albert Cuypmarkt. Voor hem was deze toewijzing letterlijk een kwestie van het "verdiene van het brood", aangezien de oorlogssituatie de normale handel nagenoeg onmogelijk had gemaakt. L. Uitink Marktwezen