Getypte brief (verzoekschrift).
Origineel
Getypte brief (verzoekschrift). 7 oktober 1942 (met een ambtelijke kanttekening van 8 oktober 1942). D. de Vink, Jacob van Campenstraat 110 I, Amsterdam-Zuid. Burgemeester en Wethouders van Amsterdam (gericht aan de Wethouder voor Levensmiddelen). No.46a/670/2 M.1942.7 October.
No. 880 L.M. 1942.7 October.
Amsterdam: 7 October 1942.
Aan den Weled. Gestr.Heeren.
Burgemeester en Wethouders te Amsterdam.
Weledelen gestrenge Heeren.
Ruim 22 jaar handel ik in haring gerookte Visch en mosselen.
Maar nu alles op toewijzing gaat;heb ik geen handel. Vier weken geleden
heb ik naar het Marktwezen geschreven;geen antwoord.Een week geleden weer
geschreven voor een toewijzing voor mosselen,geen antwoord steeds ga ik
hooren bij het Marktwezen.En kunnen mij niets mededeelen. Zoo ben ik steeds
voor niets geweest.Nu vraag ik U beleefd; mag ik U medewerking hebben voor
een toewijzing in b.v.m.artikel.
Ik ben 61 jaar oud en wil nog gaarne;voor mijn gezin het brood verdienen.
Vertrouwende op U
Hoogachtend,
D.de Vink
Jacob v Campenstraat 110 I.
Amsterdam-Zuid.
De Wethouder voor de
Levensmiddelen, Wasch-en
Schoonmaak-, Bad-en Zwem-
inrichtingen stel deze
in handen van den Heer
Directeur van het
Marktwezen om spoedig advies.
Amsterdam 8 October 1942. In deze brief wendt D. de Vink, een 61-jarige vishandelaar uit de Jacob van Campenstraat, zich tot het stadsbestuur van Amsterdam. De kern van zijn probleem is de economische verstikking door het distributiestelsel tijdens de bezettingsjaren.
De Vink legt uit dat hij al 22 jaar in de vis- en mosselhandel zit, maar dat hij momenteel geen handel meer heeft omdat alles via "toewijzing" verloopt. Hij heeft herhaaldelijk geprobeerd contact op te nemen met de dienst 'Marktwezen', maar kreeg daar geen gehoor of duidelijkheid. Zijn toon is eerbiedig maar wanhopig; hij benadrukt zijn leeftijd en de noodzaak om voor zijn gezin te zorgen ("het brood verdienen").
Onderaan het document is een ambtelijke notitie toegevoegd, gedateerd op 8 oktober 1942. Hieruit blijkt dat de brief direct is doorgeleid door de Wethouder voor Levensmiddelen naar de Directeur van het Marktwezen met het verzoek om "spoedig advies". Dit illustreert de bureaucratische gang van zaken: het verzoek wordt terugverwezen naar de instantie waarover de schrijver juist klaagt. Het document dateert uit oktober 1942, de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er sprake van toenemende schaarste en een streng gecontroleerde distributie van goederen.
- Distributiestelsel: Vrijwel alle levensmiddelen en handelswaren gingen "op de bon". Voor handelaren betekende dit dat zij niet langer vrij konden inkopen bij groothandels of veilingen; zij waren volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" door de overheid. Zonder zo'n toewijzing was legale handel onmogelijk.
- Marktwezen: De gemeentelijke dienst Marktwezen hield toezicht op de handel en de markten in de stad. Tijdens de oorlog werd hun rol cruciaal in het handhaven van de distributieregels en het bestrijden van de zwarte handel.
- Sociaal-economische nood: De brief is een getuigenis van de penibele situatie van kleine zelfstandigen. Voor een man van 61 was het in 1942 vrijwel onmogelijk om ander werk te vinden, waardoor het uitblijven van een handelstoewijzing direct leidde tot armoede voor het gehele gezin.