Handgeschreven verzoekschrift (brief).
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift (brief). 20 september 1942. Marinus Proost, visventer, wonende aan de Utrechtse Dwarsstraat 88-III te Amsterdam. [Linksboven - Stempel/Kenmerk]
№ 46a/711/1, M. 1942 3/10
[Rechtsboven - Plaats en Datum]
Amsterdam 20 September 1942
[Aanhef]
Wel Edele Heer Directeur
w. Com. v. Verdeeling [handgeschreven in potlood]
[Inhoud]
Ondergeteekende Marinus Proost van
beroep vischventer wonende Utr dw: str 88 3/
ingeschreven als kleinhandelaar in
visch no. 1494 te s’Gravenhage bij
de Nederlandsche Visschery Centrale
Verzoekt bij deze beleefd doch dringend
om een toewijzing voor alle soorten
versche en gerookte en gestoomde
zee en rivier en zoetwater visch
garnalen en mosselen, daar ik
altijd mijn bestaan in deze boven ge
handel mijn bestaan heb gevonden
[Afsluiting]
Met hoogachting u dienaar
M. Proost, Utr: dw: straat 88 3/
Marktkaarthouder 11433
[Rechtsonder - Ambtelijke afhandeling]
46a/711/2.
Afwijzen
6-10-42
deKlerk
[Onderaan - Aanvullende notitie]
|| Reeds eerder afgewezen
zie brief N.V.C. - * Taal en Stijl: De brief is geschreven in een formeel, onderdanig Nederlands dat typerend was voor verzoekschriften aan instanties in die tijd ("Wel Edele Heer", "u dienaar"). Opvallend is de herhaling van de zinsnede "mijn bestaan" in de laatste regels van de hoofdtekst, wat duidt op de emotionele urgentie van de schrijver.
* Handschrift: Een goed leesbaar, verzorgd lopend schrift uit de eerste helft van de 20e eeuw. De ambtelijke notities zijn in een sneller, zakelijker handschrift geschreven.
* Bureaucratie: Het document illustreert de rigide toewijzingspolitiek tijdens de bezettingsjaren. Ondanks de persoonlijke noodkreet van de visventer, die benadrukt dat dit zijn enige bron van inkomsten is, wordt het verzoek kortaf afgewezen met de enkele vermelding "Afwijzen". Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de handel in levensmiddelen, waaronder vis, onderworpen aan strikte distributieregels en contingentering. De "Nederlandsche Visschery Centrale" (N.V.C.) speelde een centrale rol in het reguleren van wie wat mocht verkopen. Kleine zelfstandigen, zoals deze visventer uit de Amsterdamse Utrechtse Dwarsstraat, waren volledig afhankelijk van officiële toewijzingen om legaal hun beroep uit te kunnen oefenen en in hun levensonderhoud te voorzien. De afwijzing in dit document was waarschijnlijk fataal voor de nering van de betrokkene. M. Proost