Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (klacht/verzoekschrift). 5 oktober 1942. S. Rempt, winkelier. De Heer Directeur van het Gemeentelijk Marktwezen, Afdeling Vischmarkt, Amsterdam. [Linksboven:]
Organisatienum.
Ned: Visscherijcentrale.
2011.
[Stempel:]
№ 46a/722/1 M.1942 6/10
[Rechtsboven:]
Amsterdam. 5 October 1942.
Den Heer Directeur Gem: Marktwezen.
Afd: Vischmarkt.
Amsterdam.
[In ander handschrift:] m. v. Mosselen dossier
Mijnheer,
Hiermede deel ik U mede, dat ik tot mijn verwondering – zonder opgaaf van redenen – uitgesloten ben uit de mosselenhandel.
Garnalen en gerookte aal werd mij van de zomer niet verstrekt omdat ik niet voldoende had omgezet in vroegere jaren. Nu weer met de mosselen. Hierdoor wordt toch op zijn zachtst uitgedrukt de indruk gevestigd dat er met mijn belang zeer willekeurig wordt omgesprongen.
Nemen wij alleen het laatste seizoen dan zullen de verkoopboeken van het mosselkantoor uitwijzen dat mijn naam als kooper minstens 3 à 4 maal per week voorkomt.
Beleefd verzoek ik U deze zaak te onderzoeken opdat mij alsnog mosselen toegewezen worden.
Uw antwoord tegemoetzien de.
Hoogachtend.
S. Rempt.
Winkelier.
Nieuwe-Nieuwstraat 28.
[Kanttekeningen en stempels onderaan:]
[Links:] Heeft Recht op Kaart is nog niet geweest. [Paraaf]
[Stempel:] 12 OCT. 1942
[Midden:] Oproepen 23-10-42 [Paraaf: de Kan?]
[Rechtsonder:] opgeborgen 26-10-'42 [Paraaf: de Kan?] In deze brief protesteert de Amsterdamse winkelier S. Rempt tegen zijn uitsluiting van de mosselhandel. Hij voert aan dat hij ook al eerder die zomer geen garnalen en gerookte paling kreeg toegewezen, officieel vanwege een te lage omzet in voorgaande jaren. Rempt bestrijdt dit argument en stelt dat zijn naam in de boeken van het 'mosselkantoor' minstens drie tot vier keer per week voorkwam als koper. Hij ervaart de besluitvorming als willekeurig en verzoekt de directeur van het Gemeentelijk Marktwezen om een herziening van dit besluit, zodat hij alsnog mosselen kan verkopen in zijn winkel.
De handgeschreven aantekeningen onderaan suggereren dat zijn verzoek in behandeling is genomen. Er staat dat hij "Recht op Kaart" heeft (waarschijnlijk een vergunning of toewijzingsbewijs) maar dat hij nog niet is langsgekomen. Er is een oproep gepland voor 23 oktober 1942, waarna het dossier op 26 oktober is opgeborgen. Het document dateert uit oktober 1942, midden in de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de voedselvoorziening en distributie streng gereguleerd via een systeem van vergunningen, toewijzingen en distributiekaarten. De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was de centrale organisatie die de handel in visproducten controleerde onder toezicht van de bezetter.
Voor kleine zelfstandigen zoals Rempt was de toewijzing van handelsproducten essentieel om te overleven. De bureaucratie en schaarste leidden vaak tot conflicten over wie wel of geen recht had op bepaalde handelswaar. De term "omzet in vroegere jaren" was een veelgebruikt criterium om schaarse goederen te verdelen onder de bestaande winkeliers, maar werd door getroffenen vaak als onrechtvaardig of willekeurig ervaren.