Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. Genoemd in de tekst: 23 januari 1939 en 25 januari 1939. ik heb 23 januari 1939 die
vischventvergunning van de
Heeren op het Marktwezen
mogen ontvangen. ook heb
ik nog ineens betaalt voor
het verschuldigde Markt
geld van die week in December
1935 dat ik afgedankt
ben als vischventer. W.E.D.
Heer mijn vischventverguning
is ingeschreven voor het Centrum
omdat ik in de jare 1932 tot
en met 1934 ook een visch
ventvergunning had voor
het Centrum. toen heb ik
hem weer ingelevert om
dat ik nog een vaste Markt
plaats had. en er nooit
geen gebruik van maakte
W.E.D. Heer ik ben woensdag
25 januari weer met het
vischvente begonne maar
Mijnheer dat is niet gedaan
hoor ik heb woensdag en De schrijver van deze brief is een visboer die zich richt tot de instantie die over het "Marktwezen" gaat. De tekst dient als een verantwoording voor zijn arbeidsverleden en de huidige status van zijn vergunning.
Enkele opvallende punten:
* Financiën: De schrijver meldt dat hij achterstallig marktgeld uit december 1935 heeft betaald, het jaar waarin hij naar eigen zeggen was "afgedankt" (gestopt) als visverkoper.
* Vergunningsgeschiedenis: Hij legt uit dat hij in de periode 1932-1934 al een vergunning had voor de wijk "Centrum", maar deze toen heeft ingeleverd omdat hij een vaste marktplaats kreeg en de vergunning om te venten (rond te trekken met de waar) overbodig werd.
* Problematiek: Ondanks dat hij op 25 januari 1939 opnieuw is begonnen, lijkt er een onopgeloste kwestie te zijn ("Mijnheer dat is niet gedaan"), wat suggereert dat de administratieve afhandeling of acceptatie van zijn werkzaamheden nog niet rond is.
Het taalgebruik is formeel bedoeld ("W.E.D. Heer" staat voor Weledelgeboren Heer), maar bevat diverse spelfouten en dialectinvloeden (zoals "ineens" geschreven als "boeens" of "ineens", "betaalt" in plaats van betaald, en "begonne"). Dit document stamt uit de late vooroorlogse periode (januari 1939). Het illustreert de strenge regulering van de straathandel in Nederlandse steden. Venters moesten beschikken over specifieke vergunningen die vaak aan bepaalde wijken (zoals het "Centrum") gebonden waren. Het document laat zien dat zelfs kleine ondernemers geconfronteerd werden met een nauwgezette bureaucratie, waarbij schulden of vergunningen van jaren daarvoor nog van invloed waren op hun huidige recht om te mogen handelen.