Administratief dossierstuk / Notitie van een beoordelingscommissie.
Origineel
Administratief dossierstuk / Notitie van een beoordelingscommissie. (Linksboven): 6)
(Rechtsboven): Kl. tewerkst. [Kleine tewerkstelling] Weth. [Wethouder]
(Midden):
J.C. Marinus.
groot- en kleinhandel
in 1939 - 1940.
verzoekt thans
in aanmerking
te komen, voor
vrijst. [vrijstelling]
(In rood): 46a/731/1
(Naast rood): 21/10/42 [paraaf]
(Links verticaal): Mondermarkt 6 III
(Onder rood nummer): z.o.z. [zie ommezijde]
(Grote schuine tekst midden onder): Is reeds afgezet.
(Onderaan, kleiner handschrift):
(vzits.) [voorzitters] schrijven ca [circa/betreffende] Marinus:
was in 1939-40 groothandelaar geweest. Daarna gewerkt bij Wehrmacht. Comm [Commissie] wijst kl. [klacht/verzoek] af 6-10-'42 de Haar Het document is een verslag van een verzoek om vrijstelling (vermoedelijk van gedwongen tewerkstelling of een andere beperkende maatregel) door J.C. Marinus. Marinus voert aan dat hij voor de oorlog (1939-1940) werkzaam was in de groot- en kleinhandel.
De cruciale informatie bevindt zich in de ambtelijke kanttekening onderaan. Hieruit blijkt dat de commissie het verzoek heeft afgewezen omdat Marinus na 1940 voor de Wehrmacht (de Duitse strijdkrachten) heeft gewerkt. De opmerking "Is reeds afgezet" suggereert dat de persoon mogelijk al uit een functie was ontzet of dat de zaak reeds was afgehandeld door de autoriteiten. De afwijzing is ondertekend door "de Haar" op 6 oktober 1942. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. In 1942 werden de regels rondom tewerkstelling en economische activiteit steeds strenger gecontroleerd door zowel de bezetter als door Nederlandse instanties die onder toezicht stonden.
Veel Nederlanders probeerden via officiële weg vrijstellingen te krijgen voor de Arbeitseinsatz (gedwongen arbeid in Duitsland). Echter, personen die aantoonbaar hadden gecollaboreerd of hand-en-spandiensten hadden verleend aan de Duitse krijgsmacht (zoals werken voor de Wehrmacht), bevonden zich in een precaire positie. Hoewel zij aanvankelijk begunstigd konden worden door de bezetter, werden zij door Nederlandse commissies vaak met wantrouwen bekeken of direct afgewezen bij verzoeken om sociale steun of officiële gunsten, zoals hier gedocumenteerd door de afwijzing van de commissie. J.C. Marinus Wehrmacht